Het is dat ik de banden van mijn racefiets al vaker had opgepompt anders had ik het denk ik niet overleefd. Ik weet ook niet waarom ik het oppompen van mijn banden bij de gezamenlijke voordeur deed. Meestal doe ik dat in het fietsenschuurtje of boven op de overloop maar ik dacht. Dit doe ik ff snel en dan ben ik zo weg.
En voor ik het wist hoorde ik aan de andere kant van de deur een enorm geluid. Ik ken mijn onderburen maar dit geluid klonk niet naar een van hen. Het zijn namelijk enorm rustige mensen en het appartement dat achterin ligt dat is leeg of….ow brother!
Gehurkt draai ik mij af van het ventiel van mijn voorband richting de voordeur en daar staat een oudere mevrouw met een veel te blij hoofd voorovergebogen door het glas van de voordeur naar mij te kijken alsof ze in de dierentuin voor een vertrek met pasgeboren babyaapjes staat.
Met een onvervalst Leids accent schreeuwt, jazeker schreeuwt ze wat ik hier doe. Beleef als ik ben opgevoed antwoord ik netjes dat ik hier woon. “ow gezellig, wij zijn de nieuwe buren!”
Of ik nu tijdelijke doof en in shock was door het volume en het dialect weet ik niet maar ik kon even geen woorden uitbrengen. Even keek ik om mij heen of mijn vriendin in de buurt was zodat ik kon roepen: Schat, ik heb goed nieuws…we gaan verhuizen!
Maar ze was niet in de buurt, ze was niet eens thuis. Ik stond er alleen voor. Op mijn meest ongemeend gezellige manier stelde ik mijzelf voor. Fijn wat leuk, wanneer komen jullie over? Gelukkig bleek dit pas over een paar weken te gebeuren, genoeg tijd om iets nieuws te zoeken.
Gelijk werd ik even door mijzelf teruggefloten. Ik woon nu niet meer alleen en ben niet meer volledig beslissingbevoegd. Er moet eerst overleg plaatsvinden. Maar ik kan mij toch haast niet voorstellen dat de oudere vrouw met dito (ietwat sullige) man gezellig de hele dag binnen in hun eigen huis blijven zitten. Het zijn van die mensen die geen moment in hun eigen huis zitten. Ze staan om de haverklap bij je voor de deur, het liefst onaangekondigd en elke gelegenheid aangrijpend, om even een lekker bakkie te doen.
Ik moest even geduld hebben. Ik kap het gesprek met de vrouwelijke spraakwaterval beleeft af en spring op mijn racefiets. Weg hier!
Een paar uur later komt mijn vriendin thuis en ik sta klaar om haar te verwelkomen en haar te vertellen over wat mij is overkomen. Maar of ze erop hebben gewacht lopen ze op het moment dat ze de brug overloopt (we hebben een soort slotgracht om het huis heen) en geen kant meer op kan, haar tegemoet. Wederom begint het Leidse geschreeuw (het is bijna net zo erg als Limburgs) en ik hoor mijn vriendin, die veel beter is in beleefd doen, netjes terugpraten. Maar waar zij vaak wel is te porren voor een gezellig praatje is ze nu ineens opvallend kort van stof.
Met grote ogen en opgetrokken wenkbrauwen komt ze de trap op. “Wat is daaaaat?” fluistert ze zachtjes.
Mooizo, we zijn het eens…we gaan verhuizen! En wel direct!