Ze nam mijn hart maar vergat er iets voor terug te leggen. Mijn hart was gestolen en ik werd harteloos. Alle relaties die volgden bleken vruchteloos. Ik was leeg, bot, oppervlakkig en zonder empathie. Mijn hart geven, met alle ziel en zaligheid, kwam niet eens meer in mij op. Mijn hart ging niet sneller kloppen, dat kon het niet eens. Zij had besloten dat wij niet verder konden, een democratisch besluit met zichzelf. Terwijl ik lag te slapen nam zij mijn hart en sloop heel zachtjes weg.
Ik leef niet meer, ik doe slechts mijn dagelijkse dingen. Vanachter mijn bureau dwaal ik af in de duizelingwekkende diepte van mijn lege ziel. Mijn hart geeft haar warmte, mijn hart geeft haar licht. Terwijl zij gelukkig door kan, staat mijn leven al maanden stil. Het lachen gaat niet meer zo goed, genieten evenmin. Zij nam mijn hart en liet het daarbij. Geen zoen, geen hand, geen woord. Ze liet nooit meer van zich horen, over hoe het met haar gaat. Verbrak daarmee de illusie dat mijn leven gewoon verder gaat.
’’Kan ik nooit meer mijn hart aan iemand schenken. Ben ik zonder hart dan zo vervreemd van iedereen?’’ Vroeg ik mij hardop af. Waarop een alleszeggende stilte, zelfs in mijn hoofd, het bevestigende antwoord gaf.
WOW ~ Verdonkeremanen