Ik geef niet zoveel om geld. Ik doe het gewoon voor de lol en als ik er dan nog wat aan overhoud is dat genoeg. Dat is wel heel simpel gezegd maar ik kan nu de dingen doen die ik leuk vind, ik woon leuk en ben stapje voor stapje mijn eigen spullen om mij heen aan het verzamelen. Ik kan een terrasje pakken als ik dat wil om even lekker te ontspannen. Ik durf simpelweg te stellen dat ik het goed heb.
Ik werk niet voor het geld, nu in ieder geval nog niet. Ik werk omdat ik het leuk vind om te doen. Ik krijg er, net zoals bij sporten vroeger, een kick van om mijzelf te verbeteren en mijn doelen na te streven. Ik heb ook nog niet zoveel ervaring (in jaren) maar ben mij wel bewust dat de dingen die ik doe doorgaans niet door mensen van mijn leeftijd worden gedaan. Wat dat betreft ben ik al wat stappen verder.
Soms verbaast het mij zo dat mensen vaak kiezen voor de korte termijn. Elders kun je 50 euro per maand meer verdienen. Geld is het enige criterium. Dat snap ik niet, want zeker als je net bent begonnen zijn de sprongen die je maakt qua geld niet zo groot als de stappen in ervaring die je kunt maken.
Ik spaar voor die grote klapper. Ik investeer nu liever in het grote stappen maken, die klapper volgt dan vanzelf. Jammer dat anderen dat niet doen…of niet?
Zorgvuldig loop ik alles nog een keer na. Ik heb dit al zo vaak gedaan maar mijn werk biedt geen ruimte voor fouten. Wat ik doe? Tja, daar kan ik nu even niets over loslaten. Maar laat ik maar zeggen dat ik in de professionele schoonmaakbusiness zit. De koffer naast mij in het gras staat open zodat ik zo snel mogelijk weg kan. In mijn hoofd repeteer ik voor de honderdste keer de procedure.
Niet vergeten te bellen. Vooral niet vergeten te bellen! Terence, mijn opdrachtgever, is een zeer stipt persoon. Als ik niet op het afgesproken tijdstip bel kom ik zelf in de problemen. Hij heet overigens niet echt Terence maar zoals hij zelf zegt: Hoe ik heet doet er niet toe maar het is in ieder geval een normale naam, dat valt minder op.
Toen ik hem eergisteren aan de telefoon had zei hij dat deze opdracht één van ‘nationaal belang’ was en dat hij speciaal voor mij had gekozen. Een twijfelachtige eer.
Ik concentreer me want mijn doelwit kan elk moment arriveren. Ze komt hier namelijk elke dag op hetzelfde tijdstip. Haar profiel was redelijk vaag maar zoals de man van de inlichtingendienst zei: Je zult haar direct herkennen.
De wind trekt aan, in de verte zie ik beweging. Door mijn telescoopvizier zie ik niet helder en stel deze wat bij. Vlak voor ik overhaal zie ik mijn doelwit. Zij! De vrouw die mijn hart op brute wijze wist te breken. Hmm, van nationaal belang? A damn shame!
Met de tranen die branden in mijn ogen kijk ik naar het scherm. De kamer is donker maar het licht van het scherm zorgt ervoor dat ik nog net mijn positie kan bepalen. Hoewel alles om mij heen lijkt te zijn verdwenen weet ik gelukkig nog precies waar de muur is om mijzelf tegenaan te laten vallen. Dit was het dan. Het is mooi geweest maar zal niet meer verder gaan. Het lijkt nog maar zo kort geleden, wij dichtbij elkaar. Genietend van elkaars aanwezigheid. Ook toen was de wereld klein maar precies groot genoeg voor ons beiden. Omhelzen werd het vasthouden van elkaars hand. Soms raakten onze schouders elkaar nog wel maar langzaam werd de afstand groter. Mijn grip was stevig en ik wist zeker dat ik je nooit los zou laten. Hoeveel en hoe vaak je ook opzij stapte, mijn arm reikte steeds verder en verder. Tot nu! Je liet los! Ineens besef ik dat om je vast te houden ook jij grip moet houden. Ik probeerde nog mijn andere hand toe te steken maar je deed niets. Hoe hard ik ook probeerde, jouw hand heb ik niet meer gevonden. Ik wankelde en viel met betraande ogen tegen de muur. Hoelang ik daar heb gezeten weet ik niet meer. Het zal enkele uren zijn geweest. Met een verkrampt lijf sta ik op, op mijn eigen benen want dat is vertrouwd. Dit geluk was mij blijkbaar niet gegund, uit alle macht vasthouden is wat je niet volhouden kunt.
It’s the effort that counts, right? Kijk, ik begrijp het heel erg goed dat je soms gewoon eens iets moet proberen. Maar wanneer neem je het besluit iets te gaan proberen? Of eigenlijk, waar ligt de grens tussen iets proberen en gewoon iets doen? Als je iets gaat doen betekend dat in mijn optiek een aantal dingen, je hebt een plan en over de mogelijke uitkomst heb je ook al een aardig beeld. Er zou dus een redelijke kans zijn dat het ook daadwerkelijk gaat lukken. Als je iets gaat proberen weet je toch al bijna zeker dat het gewoon niet gaat gebeuren. Ga er maar vanuit dat het niet gebeurd, wie weet valt het mee!
Dat iemand zoiets zegt kan grofweg twee mogelijke oorzaken hebben. Of die persoon heeft geen zin of er zijn afhankelijkheden waar de persoon geen invloed op kan uitoefenen. Vaak zal het eerste het geval zijn want je gaat met je vraag of verzoek niet zomaar naar die persoon toe, anders had je het zelf wel gedaan natuurlijk. Is iets proberen niet gewoon al gedoemd te mislukken?
” Ik ga proberen de weg over te steken”, denkt de voetganger bij het zebrapad. Maar als ik al bijna stilsta met mijn auto en de persoon probeert nog steeds over te steken in plaats van het gewoon te doen! Tsja, mislukking! Bij twijfel ga ik en als je het probeert doe het dan gewoon lekker niet! Is it the effort that counts? Nee! Be honest or just do it!
Ik ga niet te vaak naar concerten. Waarom eigenlijk niet? Ik
houd van muziek, heel erg zelfs maar iets lijkt met tegen te houden. Wellicht
heb ik wel teveel liefde voor de muziek. Ik kan helemaal opgaan in nummers.
Simpele nummers die enkel met een piano of gitaar waarin je ziel wordt geraakt.
Nummers die je nadat ze zijn afgelopen nog een keer wilt horen, en nog een keer
en nog harder. Liedjes die live nog mooier en beter zijn dan dat ze op de cd
klinken. Ik houd vreselijk veel van muziek, ik ga niet naar concerten omdat ik
op slag verliefd wordt op die zangeres die prachtige melodieën creëert en
hartstochtelijk zingt over onmogelijke liefdes. Ik ga niet naar concerten om ik
de zanger van dat prachtige nummer over die verbroken relatie als mijn beste
vriend ga zien. Deze mensen zorgen voor ‘stofjes’. Zoals mijn collega dat noemt
‘ stofjes’ die je een onbeschrijfelijk gevoel geven net zoals verliefd zijn of
chocolade eten. Je wilt er altijd meer van, je wilt niet dat het stopt….nooit!
Maar liedjes duren niet eeuwig, de muziek houdt op en dat is het stofje weg en wat
blijft er achter? Een vreselijke sterke behoefte aan dat ‘stofje’ dat zelfs de
cd niet meer goed kan maken. En daarom ga ik niet vaak naar concerten, de cd
verdwijnt in de kast en slechts de herinnering aan dat gelukzalige moment van
die prachtige ‘ stofjes’ blijft. Mooi verhaal natuurlijk en jullie geloven het
ook nog vast maar de waarheid is enkel dat ik gewoon niet zo van mensenmassa’s
houd.
Ik had op dat moment toch best wel een beetje houvast kunnen
gebruiken. Jammer genoeg had de pistebulley hier anders over gedacht. Elders
bleek de sneeuw harder nodig dat op de plek waar ik mij op dat moment bevond.
De dag ervoor was er niets aan de hand, het zag er zelfs hoopvol uit met een
betrekkende lucht die toch wel enige vorm van neerslag zou moeten opleveren. De
voorkeur ging uit naar een mooi vers laagje wit poeder zodat iedereen zich weer
in hogere sferen kon begeven maar niets bleek minder waar. Neerslag kwam er
maar zorgde voor nog meer ellende. Na een mooi laagje sneeuw te hebben weggeschraapte
bleek enkel een harde, verbrokkelde en spiegelgladde vlakte over. Een vlakke
vlakte waar je toch wel snelheid moet maken om beneden te kunnen komen. Beneden
komen lukte sowieso wel, al was links afslaan niet aan te raden getuige de
diepe afgrond met vrolijk uitstekende rotspunten. Een smalle, vlakke en toch
hobbelige, spiegelgladde piste schoot met ongeveer 40 kilometer per uur onder
mijn monoplankje door terwijl de tweelattigen fluitend langs mij heen schoten
deed ik verwoedde pogingen dit deel van mijn leven zo kort mogelijk te laten
duren maar niet zo kort dat het niet meer verder zou gaan aangezien ik toch wel
naar die links gelegen afgrond neigde. En voor ik het wist had ik een nieuwe
sport uitgevonden, extreme sport welteverstaan, al gaat snowboarden op je knieën
gevolgd door een tweevoudige salto denk ik geen Olympische status verkrijgen.
Eigenlijk is het heel erg zielig. Althans zo zie ik het, maar dat is volgens mij niet de norm. Ik ben er nog niet echt over uit of dit nu een menselijk trekje, of wellicht een dierlijk trekje is. Het is in ieder geval niet heel erg chique, dat weet ik in ieder geval zeker. Ik ben namelijk redelijk vaak in mijn leven overgelopen. Voornamelijk van zwemvereniging naar zwemvereniging maar soms ook van coach naar coach of van studentenhuis naar studentenhuis. Vaak draaide het wel om het zwemmen dus wellicht kan ik niet over het algemeen spreken en enkel over hoe dat binnen het ‘dorpje’ van het zwemmen gaat. Zodra je aankondigt dat je weggaat (vaak met goede gegronde redenen zonder ruzie) dan is het vanaf het moment dat je uitspreekt een ‘outcast’. Vanaf dat punt hoef je niet meer op vriendelijkheid te rekenen. Mensen springen over in de zakelijke modus en wat er verder met jou gebeurd kan ze geen zak meer schelen. Je voelt je haast een landverrader dat je hun clubje durft te verlaten voor iets anders. Misgunnen in plaats van begrip.
Inmiddels heb ik het al zo vaak meegemaakt dat ik er niet meer van opkijk. Ik weet dat het gaat gebeuren, zorg dat ik geen ingewikkelde dingen meer hoef te regelen en hoop altijd maar dat er nog een paar mensen zijn die wel gewoon normaal tegen je blijven doen. Ik vind het geen stijl maar goed zoals ik al zei ben ik niet de norm om dat te bepalen.
Toen ik afgelopen zondag over de A15 reed richting Nijmegen
besefte ik mij dat ik niet vaak over deze weg ben gereden. Het is een vreselijk
saaie weg maar met herinneringen te over. De weg die ik ooit met mijn vader heb
gereden toen we naar een watersport beurs gingen. De afslag bij Tiel waar ik
mijn eerste (en ik gok ook mijn laatste) happy meal naar binnen heb gewerkt.
Terwijl één afslag verder ik bij Van der Valk altijd het Flippermenu bestelde. En
de weg tussen Rhenen en Nijmegen die ik regelmatig heb afgelegd naar de
Gelderse zomerkampioenschappen zwemmen. In een veel te warm en veel te klein
zwembad, veel teveel afstanden zwemmen en dito medailles winnen. In die tijd
was ik fit, heel erg fit. Nee, dat lieg ik, ik was in tegenstelling tot nu topfit!
Maar dit keer moet ik 15 kilometer rennen door heuvelachtig Nijmegen en
omstreken terwijl ik het aantal keer dat ik heb serieus gesport de afgelopen
twee jaar op 1 hand kan tellen. Ik weet nu al dat ik pijn ga krijgen. Tijdens
het rennen zelf, als ook de dagen erna. Ik moet en zal de finish halen, dat ben
ik mijzelf verplicht als ex-topsporter, denk ik terwijl ik de afslag passeer
die mijn moeder en ik altijd namen richting het zwembad. Ik rij rechtdoor op
weg naar de zevenheuvelenloop en verlang terug naar de tijd dat ik met gemak 14
uur per week in het water lag. Aan het beperkte leven van slapen, eten, trainen,
eten, slapen, eten, trainen, eten en slapen. Of…
Ze nam mijn hart maar vergat er iets voor terug te leggen. Mijn hart was gestolen en ik werd harteloos. Alle relaties die volgden bleken vruchteloos. Ik was leeg, bot, oppervlakkig en zonder empathie. Mijn hart geven, met alle ziel en zaligheid, kwam niet eens meer in mij op. Mijn hart ging niet sneller kloppen, dat kon het niet eens. Zij had besloten dat wij niet verder konden, een democratisch besluit met zichzelf. Terwijl ik lag te slapen nam zij mijn hart en sloop heel zachtjes weg.
Ik leef niet meer, ik doe slechts mijn dagelijkse dingen. Vanachter mijn bureau dwaal ik af in de duizelingwekkende diepte van mijn lege ziel. Mijn hart geeft haar warmte, mijn hart geeft haar licht. Terwijl zij gelukkig door kan, staat mijn leven al maanden stil. Het lachen gaat niet meer zo goed, genieten evenmin. Zij nam mijn hart en liet het daarbij. Geen zoen, geen hand, geen woord. Ze liet nooit meer van zich horen, over hoe het met haar gaat. Verbrak daarmee de illusie dat mijn leven gewoon verder gaat.
’’Kan ik nooit meer mijn hart aan iemand schenken. Ben ik zonder hart dan zo vervreemd van iedereen?’’ Vroeg ik mij hardop af. Waarop een alleszeggende stilte, zelfs in mijn hoofd, het bevestigende antwoord gaf.
Altijd alles hetzelfde, voor mij een verschrikking! Voor een
stier is routine juist heerlijk, maar niet voor deze stier! Het ergste vind ik
wanneer je je bewust wordt van een routine. Bij de gedachte krijg ik al
spontaan jeuk en de neiging af te wijken van de routine. Ik begin mij bewust te
worden van een routine die ik heb ontwikkeld. Het toilet speelt hierbij een
zeer grote rol dus trek je dat niet stop dan nu met lezen!
Het viel mij op dat
ik op het toilet geweldig goed kan nadenken. De afgesloten ruimte sluiten mij
af van afleidingen om mij heen. Of het nu gaat om een ingeving voor een gedicht
(zoals die van gister), een complex datamodellering probleem of gewoon het
leren van Engelse woordjes. In het kleine kamertje ben ik in staat mijn
hersencapaciteit ten volste uit te buiten. De routine van het toiletbezoek
heeft ineens een extra waarde gekregen. Uitermate efficiënt want naar het
toilet moet je toch meerdere keren per dag. Gek toch eigenlijk dat tijdens de
gedwongen ontspanning en het daarop volgende lozen (oneerbiedig gezegd maar
toch netjes) van afvalstoffen je in staat kunt zijn de problemen van de wereld op
te lossen (nou ja, in ieder geval mijn wereld). Waar ik wel een beetje van baal
is dat ik dit nu net op het toilet heb en niet in de douche (ook een afgesloten
kleine ruimte). Dan zou het praten over deze gave toch een stuk minder taboe
zijn lijkt mij.
Recent Comments