Jul 03

‘Wat ben jij nou in hemelsnaam aan het doen?’ Vraagt Amie terwijl ze in mijn deuropening staat.

‘Tsja..ach…voel me klote’ brom ik vanuit in elkaar gedoken positie op de bank. ‘Hoe kom jij eigenlijk binnen?’

‘Ach, ik was in de buurt en eigenlijk helemaal niet van plan om langs te komen maar volgensmij voelde ik het goed aan en heb je me nu even nodig…heb je last van je maag ofzo?’

‘Nee, ik ben alleen ineens heel erg moe en wil het liefste gewoon slapen’ zucht ik zachtjes vanachter mijn handen welke mijn hoofd bedekken.

‘Ben jij gek! Kom we gaan fietsen, het is prachtig weer joh! Kom op van die bank af’ zegt ze.

En voordat ik het doorhad zat ik op de fiets. Ze zei het op een dusdanig dwingende en zelfverzekerde toon dat ik haar zonder na te denken volgde.

‘Ik dacht dat het juist zo goed met je ging, ik lees je site nog steeds weet je en de laatste dingen die ik heb gelezen gaven mij absoluut geen reden tot ongerustheid…wat scheelt er?’ vraagt ze terwijl we rustig de wijk uitfietsen op weg naar ruimte, open weilanden met gladde oranje/rode fietspaden geflankeerd door smalle slootjes.

‘Nou, tot gister zat ik in een upward spilar of happiness’ zeg ik.

‘Een watte of hoeveel?’ vraagt ze

‘Ik zat in een opwaartse spiraal van geluk….je kunt toch wel Engels?’ voeg ik er plagerig aan toe.

‘…’

‘ Het ging gewoon heel erg goed, allemaal kleine dingetjes gingen goed en ik werd gewoon met de minuut vrolijker. Ik kon op een gegeven moment niet eens meer stoppen met lachen…heerlijk joh! Maar vanaf het moment dat ik het gedicht ‘Te’ had geschreven ging het mis.’

‘Waarom na dat gedicht?’

‘Nou, ik geloof namelijk dat ‘te’ nooit goed is. Te vrolijk incluis. Dat kan gewoon niet goed gaan.’

‘Te is inderdaad nooit goed maar men zegt dat wel vaker…maar tevreden valt daar natuurlijk niet onder’

Ik lach een beetje en zeg:’Dat ben ik niet met je eens, in mijn optiek is tevreden net zo slecht. Het impliceert een gelaten acceptatie van de huidige situatie die niet zozeer slecht is maar wellicht meer potentie of ambitie bevatte. Maar we dwalen een beetje af van het onderwerp’

‘Precies, lacht ze want je was ineens niet meer gelukkig, toch?’ vraagt ze terwijl ze me kort even onderzoekend aankijkt om vervolgens haar aandacht weer op de weg te richten.

‘Nou, zo scherp zou ik het niet willen formuleren maar er gebeurden in korte tijd allerlei kleine dingen die mij normaal gesproken niet van mijn stuk zouden brengen. Dat deden ze eigenlijk ook niet want het waren zulke minuscule dingetjes maar het zorgde er wel voor dat die upward spiral werd doorbroken. En ik was er al bang voor dat het gevoel van permanente vrolijkheid niet lang kon duren en dan komt het altijd op een vreemd moment.’

Ik pauzeer even om een slok water te drinken want hoewel het avond is is het nog steeds erg warm. Amie grijpt direct de stilte aan om te reageren.

‘Maar de spiraal is verbroken maar hoe voel je je nu dan?’

‘Ik voel me heel vreemd, een beetje verward misschien. Ken je dat gevoel dat wanneer je ergens naartoe op weg bent en je denkt te weten waar je moet zijn maar terwijl je loopt en je denkt nog een eindje onderweg te zijn kom je ineens langs je plaats van bestemming. Dat moment van verwarring maar dan permanent’ Probeer ik haar uit te leggen.

‘Hmm, dat is inderdaad een vreemd gevoel. Maar je hebt het idee dat je te snel gaat en in gedachten verderop moet zijn terwijl je wellicht vergeet in het heden te leven en te handelen?’ vraagt ze terwijl we beiden afremmen voor een vervelend liggende oude treinrail.

‘Wow, ehhm dat weet ik niet eigenlijk. Moet ik even over nadenken hoor. Ik heb namelijk niet het idee dat ik te snel ga voor mijzelf. Wel heb ik het idee dat ik in rap tempo zekerder van mijzelf wordt en mijzelf niet meer schaam voor mijn eigenaardigheden.’

‘Heb jij die dan?’ vraagt ze licht sarcastisch

‘En of, elke gek heeft zijn gebrek toch? Nee, maar ik heb het idee dat ik door mijn zekerdere gevoel mijzelf meer uitspreek en dat dit vreemd kan over komen op andere mensen, begrijp je?’

‘Ehhm ja en nee. Ik heb niet echt het idee dat jij zo heel zeker bent, een goede vriend zei mij ooit dat wanneer je denkt heel zeker van jezelf te zijn en je spreekt dit uit dat dit eigenlijk gewoon naar jezelf toe uitspreken is van je zekerheid.’

‘Je bedoeld dat ik mijzelf nu probeer te overtuigen dat ik zelfverzekerder ben terwijl ik in gesprek ben met iemand anders?’

‘Ja, dat zou best wel kunnen. Maar waarom denk je dat vreemd overkomt op anderen? Want ik snap het probleem nog steeds niet echt.’

‘Tsja, ik dacht eerst dat het lag aan mijn ogenschijnlijk zelfverzekerde gedrag dat ik hiermee mensen van mij vervreemd maar door hier met jou over te praten begin ik hieraan te twijfelen. Kijk, je weet dat ik ongelooflijk competitief ben ingesteld en ik altijd en overal de beste in wil zijn. Hiermee kan ik echter intimiderend op andere overkomen.’

‘Ja, dat heb je wel eens verteld maar wat heeft dit te maken met je huidige vreemde gevoel?’

‘Nou, ik heb het gevoel dat ik met mijn huidige gedrag mensen ook intimideer…en….’ even pauzeer ik om na te denken. ‘Nee, weet je wat het is, ik zit nu volgensmij gewoon op een kantelpunt van daadwerkelijke zelfverzekerdheid en de acceptatie hiervan naar mijzelf toe. Ik heb toch helemaal niets te verliezen? Waarom stap ik niet gewoon op iemand af en zeg haar wat ik denk….ow shit en nu heb ik mijzelf versproken.’

‘hahaha, nu komt de aap it de mouw’ gilt Amie, ‘Het gaat wederom over vrouwen, ben je nou nog steeds niet aan de vrouw’

‘Nou, nou nou zo kan ie wel weer hoor. Maar inderdaad doordat ik mijzelf steeds meer op orde heb heb ik meer oog gekregen voor mijn omgeving…laat ik het maar zo omschrijven. Maar wat ik eerder zei dat ik niets had om te verliezen is voor mij een big thing. Dat competititieve zit me erg in de weg in dit geval. Ik wil niet verliezen dus wanneer ik iets onderneem wil ik hier graag ook succesvol in zijn. Ik haat verliezen en de druk die ik mijzelf hierbij opleg zorgt er al jaren voor dat ik liever niets onderneem dan het risico loop om te verliezen.’

‘Je bedoeld een blauwtje te lopen?’

‘Ja, precies, maarja nu even nuchter bekeken, een blauwtje lopen is helemaal niet erg want dit betekend dat er eigenlijk ook niet te winnen valt en nooit heeft gevallen. Kijk, ik ben dat wel weer in staat te bedenken dat je allebei gelukkig moet zijn, dat een relatie een verrijking van je leven moet zijn en wel voor allebei. Zit dat er voor 1 van de partijen niet in zit het er feitelijk voor beiden niet in. Maar die strijd aangaan dat vermijd ik elke keer. Zelf zo erg dat ik gewoon maar excuses zoek zodra het puntje bij het paaltje komt om er maar voor te zorgen dat ik die strijd niet aan hoef te gaan en gelijkspel speel in plaats van te winnen of verliezen.’

‘ Ik geloof dat jij nu zelf snapt wat er scheelt want ik ben je een beetje kwijt.’ Zegt Amie vertwijfeld.

‘Ja, ik ben er over uit. Ik ben een sportman, ik wil graag winnen maar durfde tot op heden de wedstrijd maar niet aan. Dat moet anders….game on!’

‘Mooi zo, dan gaan we nu terug fietsen want ik begin enorme last van zadelpijn te krijgen’

En lachend keren we om en rijden rustig terug maar sprinten wel de laatste lange weg om de winst!

Sep 17


‘ Goh, ik dacht eigenlijk dat we waren uitgepraat!’ roept ze
nog voordat ze mij gedag heeft gezegd. ‘ Hoi’ zegt ze vervolgens op een
plagerige toon als ze merkt dat ik er nog niet heel erg om kan lachen.

‘Ik moet eerlijk bekennen dat ik ook dat gevoel had. Feitelijk
weet je alles al van me en vooral ons laatste gesprek was wel een aardige
drempel waar ik overheen ben gestapt waardoor ik alweer dichterbij ben dan ooit
met het overwinnen van dat punt. Maar goed, zullen we eerst maar gewoon
instappen?’

‘ Ja, dat is goed’ zegt ze,’het staat zo slordig als de
trein zonder ons vertrekt.’

‘ Precies, maar hoe gaat het met jou?’ vraag ik beleefd.

‘Je hoeft niet te vragen hoe het met mij gaat, daar is niet
zoveel verandering in gekomen sinds onze laatste ontmoeting. Jij wilde graag
weer afspreken dus vertel jij het maar!’ 
kaatst ze de bal volledig terecht terug.

‘Ja, dat is waar’ zeg ik terwijl ik me stiekem een idioot
voel want dat ze dat zou zeggen had ik natuurlijk van mijlen ver kunnen zien
aankomen. Ik neem plaats in de niet al te comfortabele stoelen van wat door
moet gaan voor een intercity. Het is heel erg laat en al bijna donker. Ik heb
geen idee welke trein we zijn ingestapt maar goed ik zie wel waar ik terecht
kom. We zijn in iedergeval alleen in de coupe en kunnen dus in alle rust met
elkaar praten.
Ik begin mijn verhaal: ‘Na afloop van ons laatste gesprek, je hebt het vast
gelezen, voelde ik mijzelf opgelucht en er was een last van mijn schouders afgevallen.
Ook voelde ik mijzelf heel erg trots. Jij was één van de eersten die tegen mij
had gezegd dat ik trots op mijzelf kon zijn vanwege alles wat ik heb gedaan om
mijzelf te verbeteren. Nog nooit had iemand dat tegen mij gezegd. Ik begin nu
ik dit zo schrijf zelfs te twijfelen of het vertellen van mijn verhaal of jouw
compliment mijn zo’n goed gevoel had gegeven. Maar goed, dat is een andere
discussie. Ik dacht echt dat wij elkaar nooit meer hoefden te spreken. Ik had
mijn eigen, enige echte Amie gevonden, dacht ik.’

‘Huh, hoe bedoel je? Je eigen enige echte Amie? Je bedoelt
gewoon een meisje?’ vraagt ze.

‘Wat is dat nou weer…gewoon een meisje? Is dat zo bijzonder
dan? Dacht je dat ik homo was ofzo?’ werp ik de vraag terug.

‘Neej, zo bedoel ik het niet, maar ik snap niet wat je
bedoeld met je eigen, enige echte Amie.’ Zegt ze.

‘ Nou,  ja, dit is een
beetje ingewikkeld om uit te leggen. Maar wat wij hebben is heel erg bijzonder,
ik ken je nauwelijk maar ik kan je echt altijd en overal over lastig vallen en
we praten over van alles en voornamelijk over mij.’

‘En dat vindt jij fijn als het allemaal om jou draait?’
vraagt ze met verbaasde blik.

‘ Nee joh, nee dat absoluut niet, maar ik voel me zo veilig
en vertrouwd en begrepen bij jou dat ik gewoon alles durf te vertellen en te
vragen. En het leek erop dat ik mijn eigen, enige echt Amie had gevonden
waardoor ik nooit meer met jou hoefde af te spreken en alles bij haar kwijt zou
kunnen. Je had zelf ook al het gevoel dat wij ons laatste gesprek hadden
gevoerd en het leek een geweldige timing dat nou net ineens zij in mijn leven
terecht kwam. Een smooth transition zeg maar.’

Ze is even stil en kijkt naar buiten waar het ene weiland na
het andere voorbij raast.

‘Je spreekt de hele tijd in verleden tijd en ik maak hieruit
op dat het toch niet zo bleek te zijn?’ zegt ze terwijl ze een beetje bezorgd
mijn kant op kijkt.

‘Wouw, je slaat de spijker op zijn kop. Wat mij betreft was
het geen verleden tijd geworden maar goed, je kunt zulke beslissingen niet
alleen nemen.  En daar wil ik het verder
even bij laten.’ Ik voel mijzelf weer volschieten dus ik kap het geheel maar
af.

‘Maar waar wil je het dan over hebben?’ vraagt ze direct na
afloop van mij zin.

‘Emoties’ zeg ik.

‘Emoties?’ echoot ze terug.

‘Ja, emoties ja, en dan vooral de niet zulke fijne. Weet je,
dat vind ik zo irritant aan mijzelf. Ik kan nooit volledig geëmotioneerd zijn
besef ik me nu. Ook toen naar buiten kwam dat mijn eigen, enige echte Amie niet
waar bleek te zijn. Ik heb zitten janken, echt keihard, redelijk ongekend voor
mijzelf maar ik was mij er volledig bewust van. Het voelde heel raar, de ene
kant van mij was gewoon echt geschrokken en verdrietig, de andere kant van mij
stond op een afstand naar me te kijken naar wat ik deed en dacht.’

‘Wow, dat klinkt freaky…naar jezelf kijken wanneer je  zelf iets aan het doen bent? Moet ik me
zorgen maken om je? Vraagt ze met haar ene wenkbrauw opgetrokken.

‘Nee, natuurlijk niet,’ zeg ik lachend, ‘ maar het is wel zo
zoals ik het ervaren heb…achteraf. Het is namelijk schokkend om te zien hoe
anders je gaat denken in emotionele toestand. Je vindt jezelf de zieligste
persoon op aarde, je bent de enige die er toe doet, je denk alleen maar aan
jezelf. Je gedachten die altijd, of nou ja, bijna altijd helder zijn, zijn nu vertroebeld.
Alsof je ratio met je tranen mee naar buiten stromen. Jou achterlatend met niet
dan ondoordachte, onrealistische en onechte gedachten. Een fout die ik toen heb
gemaakt is om toen met haar te gaan praten.’

‘Hoezo een fout? Het is toch heel lief van haar dat ze
vraagt hoe het met je gaat?’

‘ Ja, dat is ook zo, maar ik, die meestal redelijk normale
dingen zeg, althans dat vind ik zelf, begon nu die ondoordachte, onrealistische,
onechte en vooral egoïstische dingen zeggen. Ik was de zieligste persoon op
aarde. En dat irriteerde mij, want ik was niet wie ik ben en al helemaal niet
wie ik wilde zijn en had geen controle over mijn gedachten, handelingen en
uitspraken.’

‘En dat vindt jij irritant? Ben jij een controlfreak ofzo?’

‘Nou, misschien wel een beetje ja, niet over anderen maar
vooral over mijzelf.’ Antwoord ik

‘Maar iedereen heeft dat toch als hij of zij geëmotioneerd is.
Dan ben je gewoon even verminderd toerekeningsvatbaar. Heel gewoon hoor! Heb ik
ook last van.’ Bekent ze.

‘Ja, ik geloof ook wel dat dat anderen daar ook last van
hebben maar irriteert jou dat niet dan? Heb je geen spijt van de dingen die je
op dat moment heb gezegd? Ik heb altijd mijzelf ingeprent dat wanneer ik
emotioneel ben dat ik dan even pas op de plaats moet maken. Niets doen, niets
zeggen totdat ik weer kalm ben en weer helder kan nadenken.’

‘Ik weet eigenlijk niet of ik dat irritant vindt, als ik geëmotioneerd
ben, dan ben ik geëmotioneerd…so be it. Ik ga vervolgens niet nog even naar
mijzelf zitten kijken hoe ik geëmotioneerd zit te wezen. Ik geloof….’

Even houdt ze op met praten. Ik kijk naar de deur van de
coupe maar er is geen conducteur die kaartjes wil knippen. Maar ze vervolgt
haar verhaal.

‘…nee, dit ga ik niet zeggen.’

‘Ho, wacht…nee dat gaan we niet doen! Wat wilde je zeggen…nu
wil ik het weten ook!’ bijt ik haar toe.

Ze schrikt een beetje van mijn toon en lijkt even te zoeken
naar de juiste woorden.

‘Nou, ik dacht, als je in staat was naar jezelf te kijken
terwijl je in een emotionele toestand verkeerd, hoe geëmotioneerd was je dan
eigenlijk. Het lijkt mij onmogelijk wanneer je echt geëmotioneerd bent dat je
dan in staat bent om andere dingen te doen….je bent dan geëmotioneerd en that’s
it.’

‘Hmm, interessant, zo had ik er nog niet bij stil gestaan…wow…dit
is shocking eigenlijk. Ik weet nu eigenlijk even niet meer wat ik moet zeggen.’

Ik was even uit het veld geslagen en heb gedurende een half
uur apathisch voor me uit zitten staren.

‘Nou,’ zeg ik terwijl amie zich rot schrik want ik begin
ineens weer te praten, ‘ ik denk dat ik zo bewust naar mijzelf heb gekeken wat
ik deed omdat ik nog nooit in een dergelijk situatie heb gezeten. Normaal was
ik degene die de beslissing nam of iemand wel of niet mijn Amie is. Maar dit
keer had ik dus geen controle en dat was nieuw voor me. Dat neemt niet weg dat
ik echt geëmotioneerd was. Maar blijkbaar stond ik verbaasd van mijzelf dat ik
zo geëmotioneerd was.’

‘Ja, dat zou best kunnen ja’ zegt ze licht mompelend.

En wederom viel er een lange stilte…daar zaten we dan,
wederom met elkaar te praten terwijl we er eigenlijk klaar mee waren. Alles
leek gezegd maar er is blijkbaar meer …

Jul 31


En een fatsoenlijke kop koffie was het zeker, niet een
lullig bakkie, maar een kop echte verse met liefde gemaakte koffie.

Terwijl ze gaat zitten vraagt ze direct:’Je zegt dat dit
meer naar het positieve kijken een klein ‘side project ‘ is. Nou, ik moet
eerlijk zijn, dat lijkt mij al een hele kluif. Wat is dan dat grote project? Of
is het geen project.’

En daar zat ik dan, ik moest nu toch echt gaan vertellen wat
er mis is met mij en als ik dat al zou doen dan zal ze zeker weten vragen
waardoor dat nu komt.

‘Je vindt dit heel erg moeilijk hè?’ zegt ze.

‘Hoezo?’ antwoord ik quasi nonchalant.

‘Nou, alleen je reactie nu al. Hoezo? Man, ik zie dat je nu
echt iets heel persoonlijks wilt gaan vertellen. Het hoeft niet hoor als je het
niet wilt.’

Ik glimlach naar haar waarmee ik over probeer te brengen dat
ik dit gebaar heel erg waardeer.

‘Heb je wel eens iets meegemaakt. Iets waarvan je dacht dat
het helemaal geweldig zou zijn maar dat het uitliep op een regelrechte ramp?’

‘Een ramp?’ vraagt Amie

‘Nou ja, het gaat in ieder geval niet zoals je van tevoren
had bedacht. Het was überhaupt van te voren niet eens in je opgekomen.’

‘Nou,’ terwijl ze even lijkt te zoeken naar een voorbeeld, ‘
dat zal vast wel eens gebeurd zijn, maar ik snap niet wat dit met persoonlijke
verbetering te maken heeft. Vertel eens verder!’

‘Nou, niet te enthousiast hoor, zo’n leuk verhaal is het nou
ook weer niet! Maar goed, toen het eenmaal gebeurd was en ik toch redelijk, en
volgensmij voor het eerst in mijn leven redelijke stress mocht ervaren, wist ik
wel te handelen. Ik was overigens niet alleen maar gezien de situatie en de
omstandigheden kon ik dat ook niet want anders was er helemaal geen probleem
geweest. Maar goed, de andere persoon zat in dezelfde situatie als ik maar
reageerde daar heel anders op. Heel veel anders om maar te zeggen. Nee,
laconiek zelfs, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Hoe vreemd is
dat. Dat twee mensen in dezelfde redelijk ongewone situatie compleet anders
reageren.’

‘Tsja, ik heb niet echt een beeld bij de situatie, maar ik
denk dat dat inderdaad wel vreemd moet zijn. Zeker voor diegene die niet heel
erg relaxed eronder is.’

‘Ja, dat is inderdaad heel erg vreemd. En op dat moment leek
er iets aan mij veranderd te zijn. Gewoon in een split second werd ik een
compleet ander persoon. Niet een openbaring of iets dergelijks, maar er kwam
een muur om mij heen. Eerlijk waar, zelfs de Berlijnse muur is niet zo snel
gebouwd. En daar heb ik nu heel erg veel last van, ikzelf maar ik denk ook de
mensen om mij heen vinden dat heel vreemd.’

Amie kijkt me bedenkelijk aan ze zegt vervolgens:’Owkey, je
hebt iets meegemaakt wat je op een dusdanige manier heeft geraakt dat je iets
niet wilt vertellen, laten zien of doen? Begrijp ik dat goed?’

‘Ja, inderdaad ja! En die muur wil ik af gaan breken en het
liefste zo snel mogelijk want ik vindt het echt niet leuk.’

‘Maar wat is die muur dan, hoe is die er gekomen?’

‘Ja, dat vind ik dus heel erg moeilijk om te vertellen omdat
het heel erg persoonlijk is. En zo heel goed ken ik je ook weer niet dat ik dat
zo even aan de grote klok ga hangen.’

‘Is het iets lichamelijks?’

‘Ehhh..ja dat klopt, hoe kom je daar op?’ vraag ik
stomverbaasd

‘Nou, je bent niet heel erg verlegen om te praten dat staat
als een paal boven water. Je blogt, je vertelt aan mij, iemand die je maar net
kent je diepste geheimen. Dat zal het niet zijn. En daarnaast viel me op dat je
niet heel erg gesteld bent op lichamelijk contact. Hoe komt dat? Is dat het
ook?’

Ik kijk voor me uit, aan de ene kant ben ik blij dat iemand
naar me wil luisteren en dat ik hier rustig over lijk te kunnen praten, aan de
andere kant kan ik wel keihard janken. Het valt zelfs mensen die ik nog niet
eens zo lang ken al op. Ik neem een slok van mijn koffie en bereid mij voor te
gaan vertellen wat er in mijn ogen mis met mij is.

‘Ja, het is inderdaad iets lichamelijks. Ik ben niet heel
erg gesteld op lichamelijk contact. Dat is een deel afkomstig van mijn
opvoeding denk, onze hele familie is niet heel erg van het lichamelijk contact,
al verschilt dat per persoon. Maar ook voor een groot deel, of eigenlijk lijkt
dit tot in het extreme versterkt door die ene gebeurtenis. En ik ga absoluut
niet vertellen wat er toen is gebeurd maar het heeft ervoor gezorgd dat ik mij
vreselijk ongemakkelijk voel bij bijvoorbeeld omhelzingen. Ik weet mij daar
echt geen houding te geven. Ik weet wel dat ik terug moet helzen, maar heel erg
spontaan gaat dat ook niet. En dat merkt de ander en dat vind ik vervelend.
Maar het allerergste is dat het mij belemmerd in de omgang met vrouwen…’

‘Sorry, dat ik je onderbreek…omgang met vrouwen….dat klinkt sowieso heel vreemd maar ook vies?’

‘Nee, wel vreemd maar niet vies, joh daar kom ik niet eens
aan toe joh.’ Zegt is terwijl ik er een geforceerd lachje probeer uit te
persen.

‘Maar als ik mag raden is dat vervelende incident van
vroeger met een vrouw geweest?’

‘Ehm ja, precies, maar je moet nu echt ophouden met raden
want hier wil ik het helemaal niet over hebben.’

‘Ow ja natuurlijk sorry, al maakt het me wel makkelijker om
actief te luisteren. Maar goed, ga verder!’

‘Ehm, maar goed, ik ben dus echt een kneus, althans dat
vindt ik zelf, in de omgang met vrouwen. Zolang het gewoon nietszeggende mensen
zijn is er niet aan de hand, want met die mensen komen toch geen omhelzingen of
3 zoenen bij kijken.  Maar soms moet je wel
een een knuffel geven of een arm om iemand heen slaan om dichterbij iemand te
komen. En dan niet meteen ‘the dirty stuff’ maar gewoon iemand laten merken dat
je die persoon bijzonder vindt, of wilt steunen of whatever. Ik heb in de loop
der jaren een talent ontwikkeld voor het halen van glaasjes water of aangeven
van zakdoekjes. Op dit niveau was ik tot voorkort beland.’

‘Tot voorkort?’

‘Ja, ik was of eigenlijk ben nog steeds, dat gedrag van mij
zo zat, want het slaat werkelijk waar nergens op, dat ik er iets aan wilde gaan
doen. Maar ik vond het belangrijk eerst andere , in mijn ogen, zwakheden te
verbeteren om mij hierop te focussen.’

‘Dus als ik het goed begrijp is dit de laatste stap naar een
volledig tevreden met zichzelf zijnde watersteef?’

‘Ja, eigenlijk kun je het wel zo zien. Als ik in staat ben
zonder al te veel moeite mensen gewoon aan te kunnen raken dan ben ik bijna
compleet opnieuw opgebouwd. Precies zoals ik dan wil zijn….nee, zoals ik echt
ben. Een flink proces dat al een jaar of vijf in beslag neemt en dit zal de
laatste horde zijn.’

‘Wat een verhaal zeg’

‘Ja, het klinkt wellicht een beetje vreemd in de oren en
misschien heb je her en der een wenkbrauw moeten optrekken want veel mensen
kunnen zich hier volgensmij maar moeilijk een voorstelling van maken. Maar ik
heb volgensmij een aardig beeld neer kunnen zetten en wellicht een verklaring
kunnen geven waarom ik sommige dingen niet doe, minder vaak doe of helemaal
niet doe. Maar al mijn andere zwakheden heb ik ook overwonnen, verlegenheid (redelijk
verholpen), neiging tot introvertheid (goed onder controle) en ga zo nog maar
even door. Ik heb de afgelopen jaren mijzelf echt heel goed herzien en
herbouwt. Zelfs zonder die ene horde ben ik eigenlijk al vreselijk trots op
mijzelf!’

‘Ja, dat mag je volgensmij best zijn ja’

En beide namen we een slok van onze koffie. De laatste
koffie van de dag want Amie moest haar bus nog halen en ik? Ik liep terug naar
huis, lichter dan ooit, een last minder en de laatste paar puzzelstukjes van
mijzelf in de hand. Een glimlach om mijn lippen veroorzaakt door de gedachte:
‘Het gaat helemaal goed komen met mij!’

P.S. Zoals je ziet is dit een vrij persoonlijk verhaal wat
bijna 1 op 1 waar is. Ik vertel niet alles want sommige dingen zijn echt te
persoonlijk maar ik moest dit gewoon opschrijven. Dit verhaal is ook de reden
waardoor ik ging twijfelen of ik wel door wilde gaan met bloggen. Maar zoals je
merkt ben ik doorgegaan en heeft zelfs dit verhaal een plek gekregen in mijn
leven, in mijn hoofd. Want dat is waarvoor ik deze blog schrijf, voor mijzelf!
En het interesseert mij helemaal niet zoveel dat de hele wereld meeleest. Juist
niet, mensen om mij heen weten dan juist wat mij bezig houdt en hoe ze dingen
moeten plaatsen. 

Apr 15


Het is zoals het altijd is…veel te lang geleden. De vorige
keer zat ik met Amie nog in het café en hadden we net een intensieve discussie
gehad over liefde en de onmogelijkheden daarvan. Wat daarna is gebeurd is
eigenlijk niet veel bijzonders…we hebben nog wat zitten filosoferen over
vreemde onderwerpen zoals of stadsbussen eigenlijk wel tanken? We hadden
allebei nog nooit een stadsbus zien tanken(inmiddels dankzij enkele oplettende
collega’s weer wel). Een andere vraag was of it consultants niet gewoon nerds
waren met een slightly better taste for fashion. Enfin… allemaal onzin zoals je
leest. Het was inmiddels ook al wat later geworden en de regen was voorbij. We
gingen uit elkaar, eigenlijk zonder af te spreken. Ik denk dat wij elkaar zo
suf geluld hadden en er zoveel stof tot nadenken in ons hoofd rondwaarde dat we
eigenlijk niet eens stil stonden bij een vervolg afspraak.

Ik had ook eigenlijk niet echt de tijd, tentamen maken,
afstuderen en werken waren vrij grote energie consumers geweest de afgelopen
maanden. Behoefte aan diepgaande gesprekken en licht filosofische
bespiegelingen had ik niet echt. Maar alsof uit het niets kreeg ik afgelopen
zondag een sms van Amie, ze zei dat ze in de buurt was en in een cafeetje bij
mij in de buurt al op me zat te wachten.

‘ Waarom spreken wij elke keer in vreemde cafeetjes af?’
vroeg ik haar toen ik binnenkwam, ‘ Bij mij in de buurt zijn alleen maar
vreemde cafeetjes en op miraculeuze wijze sta ik nu wederom in een tent waar ik
eigenlijk had gezworen nooit naar binnen te durven.’

Ik zei dit iets te hard want de mevrouw achter de bar keek
mij zeer bedenkelijk aan. Ik lachte naar haar met een zo eerlijk mogelijk
overkomende ‘geintje’ uitdrukking op mijn gezicht. Of het overkwam weet ik
niet. Ik betwijfel het sterk want de koffie dir ik bestelde daarna was nu niet
echt van hoogstaande kwaliteit. Dat heb je verdiend dacht ik bij  mijzelf. Waarschijnlijk dacht ik dat net iets
te hardop want Amie begon me keihard uit te lachen.

Toen ze weer een beetje tot rust was gekomen vroeg ze aan me
hoe het met me ging.

‘ Ach, eigenlijk wel heel erg goed. Studie is klaar,
rijbewijs bijna binnen en lekker aan het werk. Ik mag niet klagen’ antwoordde
ik.

Meestal verwacht en krijg je dan een enthousiast
bevestigende reactie. Maar niet van Amie, ze keek me heel lang aan. Alsof ze me
niet geloofde. Ze bleef maar stil en ze bleef maar staren. Ik begon mij
langzaamaan ongemakkelijk te voelen.

‘Wat is er? Wat kijk je! Ik heb toch niets vreemds gezegd?’
verbrak ik de stilte die voor mijn gevoel meer dan een minuut had geduurd.

Even nog bleef ze me aankijken voordat ze van houding
veranderde en er iets van de spanning wegviel, die daarna direct weel werd
opgebouwd toen ze begon met

‘Nou ,’

 en weer een korte
stilte.

‘ Ik weet het niet helemaal, ik vind het natuurlijk geweldig
dat je je studie hebt afgerond en je aan het werk bent en bijna een auto kunt
rijden. Meestal zal ik ook zeggen, nou goh wat leuk voor je zeg, maar ik heb
een soort onderbuik gevoel dat je niet compleet gelukkig bent. Er is iets dat
je nog onrustig maakt. En dat vind ik best raar om je dit nu te zeggen terwijl
ik je feitelijk nog helemaal niet zo lang ken. Maar ik heb het gevoel dat ik
jou wel goed begrijp en je goed aanvoel.’

Ik was met stomheid geslagen. Ik had echt geen idee waar ze
het nu over had en welke kant ze hiermee op wilde. Het enige en meest logisch
dat ik terug wist te zeggen was te vragen wat ze nu precies daarmee bedoelde.

‘Vorige keer dat we elkaar spraken was jij, en ik overigens
ook, heel erg openhartig over de liefde en de onmogelijkheid daarvan. Over
goede vriendschappen die je niet op het spel wilt zetten vanwege de angst kwijt
te raken wat je nu hebt. Dat heeft mij aan het denken gezet. En ik had
eigenlijk gehoopt jou ook. Dus toen ik met je vroeg hoe het met je ging hoopte
ik eigenlijk te horen te krijgen hoe het echt met je gaat. Of je nog steeds gebukt
gaat onder dat verstikkende dilemma waar jij jezelf in gevangen houd.’

‘Ehh, tsja, dat wist ik niet dat je daar op doelde.
Natuurlijk heb ik daar ook bij stil gestaan. Eigenlijk sta ik daar elke dag bij
stil. Ik haat mijzelf zelfs zo af en toe. Gewoon omdat ik niet eens een stap
durf te nemen. Altijd maar op safe. Maar aan de andere kant ben ik heel erg met
mijzelf bezig om te veranderen.’

‘ Veranderen? Wat is er dan mis met je?’

‘Nou ja, er is niet zo heel erg veel mis, maar alles wat
beter kan pak ik graag op. Ik streef dagelijks voor een betere versie van
mijzelf…een soort permanent upgrade proces.’

‘ Een watte?’

‘Ow sorry,’ zeg ik lachend,’ It’er hè, dan krijg je je dat
je soms wel eens nerd achtige taal uitkraamt. Maar ik loop elke keer weer tegen
dingen aan die ik aan mijzelf wil verbeteren en waarvan ik weet dat ik ze kan
verbeteren. Zo ben ik een lange tijd bezig geweest mijn neiging to introvert
gedrag onder controle te krijgen (en met succes vind ik zelf). Extravert zal ik
nooit worden maar beter kan altijd. Maar zo heb ik ook de neiging vooral accent
te leggen op negatieve dingen. Dingen die ik niet kan, niet wil etc. Ik zie
eerder beperkingen van iets dan dat ik de mogelijkheden zie. Een lichtelijk
pessimistische instelling. Op zich niet verkeerd natuurlijk om bewust te zijn
van de mogelijk en onmogelijkheden van dingen. Maar ik moet, wanneer het
mijzelf betreft, me niet slechter doen voorkomen dan ik werkelijk ben.’

Ze kijkt me bedenkelijk aan en vraagt:’ Dat moet je even
uitleggen.’

‘Eigenlijk is het heel erg simpel, ik zie positieve
eigenschappen, kwaliteiten en prestaties van mijzelf als een gegeven, een
constante, niet als iets bijzonders. Ik zie eerder dat ik ergens niet toe in
staat ben dan aan te geven waar ik wel toe in staat ben. Dit beperkt vooral
mijzelf. Ik baal dan zo erg van mijzelf dat ik dat niet kan, of niet zo goed
kan dat ik datgene wat ik wel kan compleet uit het oog verlies.’

‘Je ziet dus het positieve als neutraal en iets dat gewoon
logisch is en net negatieve als iets bijna onoverkomelijks?’

‘ Ja, zo kun je het wel stellen ja. Ik zal een voorbeeld
geven.  Mijn afstuderen zie ik niet als
een bijzondere prestatie. Ik zie het meer als een gegeven, als iets dat logisch
is want ik ben niet voor niets aan die studie begonnen. Sterker nog, in plaats
van trots te zijn op de afronding van deze studie heb ik een gevoel van hè
hè…eindelijk! Dus daarom begon ik bewust de positieve dingen op te noemen die
de afgelopen tijd zijn gebeurd zonder direct te verzuchten dat ik gek van
mezelf wordt wat betreft ons vorige gesprek over de liefde.’

‘Aha, interessant. En hoe voel je je daar dan bij als je
probeert bewust positieve dingen over jezelf te benadrukken?’

‘Ja,dat voelt erg prettig’ zeg ik lachend,’het geeft zelfs
een nieuw soort van zelfvertrouwen en dat voelt er prettig. Al vind ik van
mezelf wel dat ik niet moet overdrijven want ik wil absoluut geen verwaande
kwast worden.’

‘Toch weer dat kleine negatieve kantje eraan hè’ zegt ze
vergezeld door een knipoog ‘ maar is dat het enige waar je aan werkt momenteel
in de nieuwe, geüpdate versie van jezelf?’

‘Nee, ik dit is slechts een klein ‘side projectje’ ben met
nog veel meer dingen bezig maar dat vertel ik zodirect allemaal wel. Eerst even
een fatsoenlijk kopje koffie halen.

Dec 10


‘Heb je eigenlijk een vriendje?’ Vroeg ik toen ze terugkwam
met twee nieuwe bekers warme chocolademelk.

Amie trekt haar wenkbrauw bedenkelijk op.

‘Ehhm nou, uhh zo bedoelde ik het eigenlijk niet. Ik dacht
ik snijd gewoon een iets luchtiger onderwerp aan want om nu de hele tijd te
gaan filosoferen over de zin des levens kost wel erg veel energie.’

Zichtbaar opgelucht zet ze de kopjes op de tafel die tot
voor het einde van mijn zin iets boven de tafel hebben gezweefd.

‘Ik schrok al, ‘ verzucht ze, ‘maar ik weet niet of mijn
liefdesleven nou zo luchtig is hoor?’

‘Ja, als je dat zegt is het enige dat ik kan vragen waarom
het dan niet zo luchtig is.’ Zeg ik op bijdehante toon.

Een schuchter lachje kan er net bij haar af maar wederom
lijkt er een onderwerp te zijn aangesneden dat Amie op een of andere wijze
dwars zit.

Ik zeg:’Kom op, je wilde je verhaal kwijt, je wilde met mij
praten. Nu merk ik dat ik wederom iets heb geraakt dat je dwars zit dus nu
heeft het geen zin om over koetjes en kalfjes te praten.’

‘Ja, daar heb je gelijk in.’

En met zichtbare tegenzin begint ze met praten terwijl je
met de slagroom die op haar chocomelk drijft aan het spelen is.

‘Ik vind liefde maar een moeilijk iets. Alleen al de
discussie wat het precies is, wanneer je er precies last van hebt en wanneer je
het er dan wel niet over mag hebben maakt het voor mij al een ongelooflijk
ingewikkeld begrip. Maar los daarvan is nog wel de vraag, hoe vind je de liefde
van je leven? En dan wil ik ook niet de discussie aangaan of die wel bestaat
maar gewoon, hoe vind ik die persoon?’

‘Ik denk dat ik al weet waar dit naartoe gaat en ik vrees
ook dat ik je hier niet bij zal kunnen helpen maar ga door.’ Antwoord ik.

Ze glimlacht en verteld verder: ‘Ik geloof bijvoorbeeld niet
dat ik de man van mijn leven tegenkom bij het stappen. Ik heb heel veel lol
tijdens het stappen en ik doe gewoon lekker gek en laat me graag versieren door
mannen maar mijn droomman zal ik niet vinden in de harde muziek en flitslampen.
Je  beoordeeld dat iemand puur op het uiterlijk
want een normale conversatie kun je dan toch niet voeren en ik geloof dat
niemand echt zichzelf is als ie aan het stappen is. Ja, ze zijn wel losser maar
overdag zijn mensen ook niet stomdronken en zijn ze dus anders dat die lossige
gozer waar je een leuke avond mee hebt gehad.’

‘Hmm, ik ben het wel met je eens maar ik wil toch wel een
soort ‘devils advocate’ spelen door te stellen dat je sowieso iemand eerst op
zijn uiterlijk beoordeeld ook al kom je die persoon tegen in de bus, trein of
supermarkt.’

‘Ja, dat is waar, maar nu ben je me al een beetje te snel
af. Ik denk ook niet mij prins te vinden in de supermarkt, in de trein want ook
daar beoordeel je iemand ook enkel op uiterlijk. Daarnaast stap ik niet echt
gemakkelijk op mensen af en naar ik mij meen te herinneren was dat jij op mij
afkwam op dat bankje op de dijk ook niet een alledaagse bezigheid. Ik denk dat
ik mijn prins eerder vind in de collegebanken, op mijn sportvereniging, onder
mijn vrienden.’

‘Ho, wacht….onder je vrienden? Is dat niet een beetje
vreemd?’ Vraag ik.

‘Nee, hoezo is dat zo vreemd? Je kent iemand dat al wat
beter, je kent iemand beter dan alleen hun uiterlijk maar hebt al een beetje
geleerd om daar doorheen te kijken. Dat neem trouwens niet weg dat iemand nog
steeds heel erg aantrekkelijk is hoor! Maar ik begrijp je vraag maar je moet
vrienden niet met beste vrienden verwarren. Beste vrienden en gewoon vrienden
is een wereld van verschil. Al moet ik hier oppassen want iemand waarop je
verliefd bent daar kun je ook beste vrienden mee worden natuurlijk. Als je niet
met z’n tweeën door en deur kan kun je nooit van elkaar houden natuurlijk.’

‘Hmm, maar toch vind ik het vreemd klinken. En internet-dating
dan? Daar is de drempel iets minder hoor dan in bijvoorbeeld een trein.’

Even is ze stil en kijkt ze al denkende naar de
binnenkomende oude man die naar zijn vertrouwde kruk strompelt vanwaar hij
vervolgens de vreemde gasten (wij) in zich opneemt.

‘Nee, ook dat is niets voor mij denk ik. Ik vind het echt
een heel raar idee om mijzelf in een soort contactadvertentie te ‘verkopen’ als
zijnde op zoek naar de liefde van mijn leven. Je kunt dan er wel bij zetten dat
je niet op zoek bent maar door je überhaupt aan te melden geef je aan op zoek
te zijn. Ik geloof niet dat door hard te zoeken je de liefde van je elven vind.
Integendeel, je gaat dan zo gedreven uitkijken of die ene persoon je prins is
dat je uit het oog verliest dat je beeld van je prins wel helemaal niet aan dat
ideaal beeld voldoet. Gebeurt het dan gebeurt het!’

‘Ja, allemaal leuk en aardig deze pseudo-wijsheden en ik ben
het ook wel met je eens tot op zekere hoogte maar iedereen aan wie je dit
verteld zal dit beamen. Wat is nou het probleem….je hebt nog niemand gevonden
ofzo?’

Ze kijkt me vernietigend aan alsof ze zich betrapt voelt
maar ze weet dondersgoed zelf dat alles wat ze tot nu toe heeft gezegd enkel
afweek van datgene waar het werkelijk om gaat, dat wat haar echt dwars zit.

‘Nou,’ begint ze met frisse tegenzin, ‘ik ken wel iemand die
ik heel erg leuk vind, maar het is een goede vriend van mij. Alleen weet ik
niet of….ehhhm …..’

‘Of je door te zeggen dat je hem leuk vindt datgene wat je
nu hebt ongedaan te maken?’

Amie valt bijna van haal stoel van verbazing, met open mond
staart ze me aan maar dan lijkt ze het te snappen.

‘Jij kent het probleem?’

‘Jazeker dat ik het ken. Hoewel andere mensen er zo
gemakkelijk over doen door te zeggen dat je maar gewoon de stoute schoenen aan
moet trekken, dat je ook niet gelukkiger wordt van datgene dat je nu hebt, is
er iets dat je tegenhoudt diegene te zeggen dat je ze leuk vindt.’

Even kijken we beiden naar buiten, verzonken in onze eigen
gedachten.

‘Ik vind je leuk!’ zeg ik plots.

Verschrikt kijk Amie mij aan, een onderzoekende blik
probeert te ontdekken of ik dit serieus meen of dat ik een geintje maak. Ik
besluit haar uit haar lijden te verlossen.

‘Zo gemakkelijk is het om te zeggen. Tegen jou heb ik daar
absoluut geen moeite mee. Ik vind je ook leuk, ik praat heel erg graag met je
en we hebben ook heel veel lol. Maar ik krijg die drie woorden gewoon niet over
mijn mond als ik bij haar ben.’

‘Ja precies, je wordt bijna misselijk, je wilt het echt
zeggen maar alleen al het idee wat voor vreemde stilte er zou kunnen gaan
hangen nadat je die woorden hebt uitgesproken……zoals net.’

‘Haha, inderdaad. Dat was ook een vreselijke stilte als wist
ik dat het om een geintje ging en er eigenlijk niets op het spel stond.’

‘Staat er dan iets op het spel zit ik me eigenlijk af te
vragen. We hebben allebei hetzelfde probleem, we zijn allebei bang dat we die
vriendschap die we hebben kwijt raken door enkel te zeggen dat je iemand leuk
vindt. Eigenlijk is dat best vreemd. Enige dat terug gezegd zou kunnen worden
is dat die ander jou niet leuk vindt. Je valt niet op je knieën ofzo. Het is
enkel een soort aftastende geste die je maakt.’

‘Maar waarom maken wij ons dan toch zo druk?’

‘Tjsa, das een goeie vraag?’ stelt Amie. ‘Ik heb nu echt de
neiging om de telefoon te pakken, hem op te bellen en het gewoon te zeggen, of
keihard in zijn voicemail te schreeuwen maar…’

‘Sorry maar ik ga toch weer je zin afmaken, maar je vind via
de telefoon zo onpersoonlijk?’

‘Ja, precies’ verzucht ze.

En beide laten we ons achterover in onze stoel vallen,
gevolgd door een diepe zucht. We lijken allebei te beseffen dat we helemaal
niet zo’n bijzonder geval zijn.

Nadat we een aantal minuten zwijgend tegenover elkaar hebben
gezeten barst Amie ineens in een lachen uit.

 

[To be continued] Maar dat hadden jullie denk ik wel
verwacht.

Nov 19


Even kort terugblikkend, we zaten in het café en buiten was
het verschrikkelijk weer. Amie zou haar verhaal vertellen, gewoon alles en ik
zou luisteren, vooral heel goed luisteren. Amie zocht naar een begin van haar
verhaal terwijl ik mijn warme choco opdronk. Ik verwissel het beeld van de
bodem van mijn beker met bruine drab onderin voor een glimlachende Amie
tegenover mij. ‘Zal ik dan maar?’ Vraagt ze. En ik antwoord: ‘Ik neem aan dat
dat een retorische vraag is dus barst los’.

 

‘Wat is mijn levensmotto, daar zit ik eigenlijk een beetje
mee in mijn maag’ begint ze. Ik kijk haar aan met een blik van ‘begint dat
zo?’. Maar ze gebaard gebiedend dat ik maar beter mijn mond kan houden.

‘Kijk, als je van die portretinterviews leest of op Internet
van die profielsites, dan heeft iedereen wel een levensmotto. ‘Carpe Diem’ is
natuurlijk de meest gehoorde. Maar dan kun je wat mij betreft net zo goed niets
invullen. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat alle mensen dit motto aanhangen
’s morgens bij het opstaan denken dat ze van deze dag de beste dag van hun
leven maken en er intens van te gaan genieten. Dat kan gewoon niet je eerste
gedachte zijn als je wakker wordt. Als het je wel lukt geweldig en pluk de dag.
Maar mij hou je niet voor de gek als je wakker wordt en je al precies weet wat
je die dag allemaal voor saaie taken moet verrichten. Dat noem je niet
levensgenieten maar gewoon je levensverbruik. Het is anders als er iets leuks
in het verschiet ligt. Vroeger als kind kon je de nacht voor je verjaardag nauwelijks
de slaap vatten om nog maar te zwijgen over het vroege tijdstip waarop je
wakker werd in afwachting van je cadeaus. Maar het lijkt erop dat je naarmate
je ouder wordt dat allemaal een beetje verleerd. Je verjaardag doet je niet
meer zoveel als eerst, je leven zit vol met allerlei verplichtingen en je weet
vaak ’s ochtends al wat je ’s avonds gaat doen. Je wereld is groter maar ook
ingewikkelder. Als kind heb je je wijk, en dat is jouw wereld. Daarin heb je je
school, je huis, je vriendjes en de supermarkt. In die tijd past zeker het
motto Carpe Diem. Je weet aan het eind van de dag niet of je Power Rangers gaat
spelen, of voetballen of wellicht tikkertje. Enige zekere is, is dat je voor
het donker thuis moet zijn. Maar als dat het enige is.’

‘Dus als ik het goed begrijp wil jij het motto: Leeft zoveel
mogelijk als een kind’ gaan nastreven?’ merk ik op.

‘Nee, ik denk het niet. Hoewel het me wel trekt denk ik niet
dat je daar als mens verder in komt.’ Antwoord Amie.

‘Maar, men zegt toch altijd geluk zit in kleine dingen en de
wereld van een kind is simpel, klein en overzichtelijk. Dat is toch prachtig.
Bijna iedereen denk toch vaak met weemoed terug aan zijn jeugd? Wat is er dan
mis mee, je zegt verder komen als mens. Daarmee ga je er dus vanuit dat je motto
iets met vooruitgang te maken moet hebben.’

‘Precies!’ zegt Amie niet iets te luidt waardoor het café
ineens doodstil wordt. Wanneer het geroezemoes weer terugkeert alsmede de
normale huidskleur op Amie haar gezicht gaat ze verder. ‘Dat moet jij helemaal
begrijpen als oud topsporter, ja ik heb je site goed gelezen hoor. In de
(top)sport maak je momenten mee van intens verdriet en intense pijn maar ook
van intense vreugde. Je leert jezelf kennen in extreme situaties op fysiek en
mentaal gebied. Verdriet wanneer je hebt afgezien en geluk wanneer je jezelf
hebt overtroffen. Een normaal mens zal in zijn leven nooit zulke emoties
meemaken. Ja, wellicht als een dierbare overlijd maar daar houd het dan ook
zo’n beetje bij op. Je hoort vaak ‘stilstand is achteruitgang’ maar dat is niet
echt een levensmotto. Het zou betekenen dat je nooit even stil mag blijven
staan om nou eens gewoon te kijken waar je vandaan komt en waar je heen wilt
gaan. Je krijgt het idee dat je leven zich afspeelt in een wedstrijd.’

Ze pauzeert even omdat de mensen aan het tafeltjes achter
ons vertrekken en de stoel keihard tegen de rugleuning van Amie aan schuiven.
Geklemd tussen tafel en stoel trekt ze een tekenfilmachtig gezicht. Met een
vernietigende blik kijkt ze de twee mensen het café uit, lacht en gaat weer
gemakkelijk zitten.

‘Waar was ik ook alweer gebleven?’ vraagt ze.

‘Je gaat waarschijnlijk nu iets vertellen over de
individualistische en materialistische maatschappij.’ Antwoord ik.

‘Ja, precies. Het draait bij mensen tegenwoordig enkel om
status. Beter zijn dan de ander en meer hebben dan de ander. Op zich is dat
niet een heel slechte eigenschap. Het wordt pas ergerlijk als men het gaat
uitdragen. Dan krijg je een soort wedstrijd naar meer, hoger, beter en harder. Een
onwenselijke situatie in mijn ogen. Op zulke momenten komt het slechtste in
mensen naar boven. Haantjes, ego’s en eikels worden gekweekt en daar wil je
niet tussen zitten lijkt me. Het leven is ook geen wedstrijd. Maar wat is het
dan wel? Stel ik wordt ooit beroemd en kom met een portretinterview in de
krant. Wat moet ik dan zeggen?’

Ik maak van de gelegenheid gebruik om haar vraag proberen te
beantwoorden.

‘Ik denk dat ik het antwoord voor je heb. Nou ja, niet het
echte antwoord maar ik denk dat je zojuist langs het antwoord van je vraag bent
geschaafd. Je hebt het over kinderlijke eenvoud alsmede over jezelf verbeteren
maar dan niet resulterend in egoïstisch tokkiegedrag. Je wereld om je heen moet
je veel waard zijn, dus iets in de trant van ‘Steek energie in die mensen
waarvan je het ook terug krijgt’ maar ook gericht op verbetering van je eigen
‘ik’. Nu vraag ik aan jou, wat is het resultaat van beide inspanningen?’

Amie kijkt me even nadenkend aan en veert vervolgens
lichtjes op.

‘Geluk! Je wordt gelukkig van mensen om je heen waarom je
geeft en die om jou geven, maar je wordt ook gelukkig van iets doen wat je
daarvoor nog niet kon. Maar komt dat niet een beetje neer op dat vervelende
Carpe Diem?’

‘Ik denk van niet’ zeg ik resoluut, ‘Als je de dag plukt
probeer je het beste te maken van de dag die je overkomt zonder dat je zelf
initiatief neemt er iets moois van te maken. Het is een beetje passieve vorm
van geluk nastreven.’

‘Dus jij zegt dat het streven naar geluk het motto van het
leven is?’ vraagt ze.

‘Ja, sterker nog het is de zin van het leven. De zin van het
leven is het streven naar het doel van het leven.’

‘Wat is het doel dan?’

‘Het doel van het leven is in mijn ogen blijvend geluk. De
weg ernaar toe, de zin van het leven is streven naar blijvend geluk.’

‘Dus het motto als je ’s morgens opstaat is: Streef elke dag
naar blijvend geluk?’vraagt Amie.

‘Voor mij wel’ luidt mijn antwoord resoluut.

‘Goh’ zegt ze terwijl ze naar buiten kijkt. ‘Ik haal nog wat
te drinken.’

 

To be continued!

Sep 26


Vreemd toch eigenlijk, dat je door simpelweg op iemand af te
stappen een bijzondere relatie krijgt met elkaar. Je weet iets van iemand dat
geen enkel ander persoon weet en ondanks dat je zo weinig van diegene weet is
er iets speciaals. Zelfs zo speciaal dat ik afgelopen week haar weer heb
ontmoet, zoals afgesproken ergens binnen. 
Hoe onwetend we toen waren bij het nemen van dat besluit hoe gelukkig
wij ons nu prijzen. Beiden zitten we in een café na te druppelen van wat bleek
iets meer te zijn dan een nazomerbui. We lijken wel gek proest ze uit terwijl
ze haar natte jas en over de verwarming hangt. Nog geen twee maanden terug
wisten we niet van elkaar bestaan af en nu zijn we allebei door de regen naar
een café gekomen waarvan ik het bestaan niet eens afwist…..hoe hij heet? Geen
idee, jullie weten hoe slecht ik in namen ben! Maar de instructies van Amie waren
kraakhelder, zij komt hier vaker legde ze me uit. Het is een café waar je
alleen naar binnen gaat als je iets wilt afspreekt met iemand of wanneer het heel
hard regent…niemand stapt zomaar dit café binnen want van buitenaf ziet het
eruit als, tsja niet echt zuivere koek. Maar eenmaal binnen voel je je direct
thuis voor zover je je in een café thuis kunt voelen. Laat ik het zo zeggen,
het voldoet aan de stereotype van een heus Hollands café. Oud bruin meubilair
met van die stoelen met 5 spijlen en zo’n half gebogen bovenkant…je weet wel
een echte café stoel. Over de tafels rode kleedjes die wel gewassen zijn maar
waar de vlekken ingebakken zitten alsmede de brandgaten. Aan de muur hangen
allemaal oude platen, prenten van biermerken en schepen….je zit niet voor niets
valkbij de kust. De bar is lang en leeg behalve dan die twee stakkers die
lijken te wonen op hun kruk en een uur of twee doen over 1 biertje.

En wij zitten daar, tegenover elkaar, naar buiten te kijken
hetgeen een vrij nutteloze bezigheid is aangezien de ramen zijn beslagen. We
zoeken een begin.
‘Je wilde je verhaal kwijt zei je de vorige keer’ zei ik roerend in mijn warme
chocolademelk. ‘Waarom wil je het kwijt, en waarom aan mij?’.
Ze wist dondersgoed dat ze deze vraag kon verwachten maar toch leek ze ervan te
schrikken dat ik er direct over begon. Ze leek het liever te hebben uitgesteld
maar goed zij leek ook te beseffen dat ze hier even doorheen moest. Je kunt
natuurlijk niet elke keer over koetjes en kalfjes blijven praten.
‘Eigenlijk is het heel simpel, ’ begon ze, ‘ik ken je niet zo goed, ik wil mijn
verhaal kwijt bij jou omdat jij er fris tegenaan kijkt. Ik kan wel naar mijn
ouders gaan, of mijn broers of vrienden, maar zijn hebben al een beeld van mij.
Zij denken te weten wie ik ben, zij refereren alles aan hoe zij tegen mij
aankijken.’
‘En dat beeld klopt niet maak ik hieruit op?’ vraag ik.
‘Ik heb inderdaad dat gevoel ja. Het is toch eigenlijk raar dat je je nergens
echt jezelf bent behalve als je alleen bent? Als ik met vriendinnen samen ben,
ben ik heel anders dan wanneer ik college heb. Maar zelfs in een omgeving waar
ik niemand ken  gedraag ik mij niet als
mijzelf, dat is toch vreemd?’
Ze kijkt me aan alsof ik wel ja moet zeggen.
‘Nou, ik weet niet of ik het daar wel mee eens ben. Ik geloof dat je zelf, in
beginsel, altijd jezelf bent.’
Ze kijkt me niet begrijpend aan.
‘Daarmee bedoel ik dat je altijd een paar basis eigenschappen altijd hebt en
uitdraagt maar dat je vanuit sociale overwegingen de ene eigenschap meer de
vrijheid geeft en de ander wellicht wat inperkt.’
Een lange stilte volgde waarin zowel zij als ik nadachten over wat ik zojuist
had gezegd. We keken allebei weer naar buiten en ik ontwaarde door de condens
heen een man met zo’n prikker die in de stromende regen de vuilnis opprikte en
in zijn vuilniszak stopte.

Nadat ik de bodem van mijn choco had bereikt en tot de
conclusie kwam dat ik in de resten cacao geen toekomst zag zei ik.
‘Dit moet je niet weerhouden van het vertellen van je verhaal hoor, maar ik
denk dat ik het zelf prettiger vind als een soort sparringpartner te fungeren.
Luisteren vind ik echt geen probleem, maar een monoloog aanhoren gaat op den
duur vervelen en ik wil wel dat je je hele verhaal verteld.’
Ze glimlachte en draaide haar ogen schuin naar boven zoekend naar het begin van
haar verhaal. Ondertussen nam ik van de gelegenheid gebruik haar eens goed in
mij op te nemen. Zodra zij zou beginnen met vertellen moest ik wel mijn
aandacht erbij houden en zou ik het verkeerde signaal afgeven natuurlijk.
Amie is even oud als ik, maar ze studeert nog wel, iets met rechten had ze
gezegd maar ze had geen zin om daar al teveel over uit te wijden. Als ik het
echt wilde weten moest ik maar een brochure opvragen bij de universiteit, had
ze me in een semi- lappe lach verteld. Ze is niet heel erg klein ofzo, zo rond
de 1 meter 80 en slank. In tegenstelling tot vele van haar medestudenten heeft
zij geen exponentiële groei van haar achterwerk ervaren. Ze heeft donker blond
haar met krullen. Niet van die kleine krullen maar gewoon gemiddelde krullen,
tsja weet ik veel hoe je dat omschrijft. Haar ogen zijn blauw, heel erg helder
aan de buitenkant maar ietwat grijzig meer naar binnen. Ook haar kleding was
gewoon normaal, ze was niet van de Gucci en Prada maar gewoon netjes en
verzorgd. Eigenlijk zou je haar gewoon voorbij lopen als je haar zou zien
zitten, maar op die ene zonnige dag op de dijk dat ze zat te huilen viel ze op
en daardoor zitten wij hier.

Opmerkelijk toch eigenlijk dat mensen je niet
eens  opvallen totdat je ‘gedwongen’ met
hen in aanraking komt. Volgensmij zijn deze mensen veel interessanter dan de
ultra slanke en knappe vrouwen die door elke man wordt nagestaard. Volgensmij
hebben die mensen niet zoveel te vertellen. Dat is ook niet helemaal waar, een
succesvolle zakenman heeft wellicht wel iets te vertellen maar het verschil is
dat deze persoon die mogelijk zelf wel creëert om zijn boodschap te
verkondingen. Amie is niet opvallend, ze is gewoon, gemiddeld maar heeft wel
iets te vertellen. Lees daarom binnenkort het vervolg van onze ontmoeting.



Sep 01


We hebben ons rot gelachen! Ze was niet eens boos. Daar had
ze alle reden toe gehad aangezien ik een verhaal over haar had geschreven
zonder dat ze er vanaf wist. Ze wist niet eens dat ik een site, een alter-ego
en een andere naam voor haar had bedacht. Ze leek het eerst allemaal niet echt
te snappen en trok een blik alsof ze een obesitas patiënt in bikini zag
paaldansen. Maar toen ik het idee achter alles vertelde vond ze het helemaal
geweldig!

Daar zaten we weer, op datzelfde bankje zoals we daar een
halve maand terug ook zaten. Ze bekende dat na onze ontmoeting elke zaterdag
over de dijk is gefietst om te kijken of ik er was. Maar ik had verplichtingen
elders maar zodra ik de mogelijkheid had zou ik weer komen en dat was dus vandaag.
En toen ik aan kwam rijden was ze er al, ze stond te kijken over het water en
verder. De dijk is lang dus we zagen elkaar al vrij snel, we zwaaiden en het
duurde nog een minuut tot ik daadwerkelijk bij het desbetreffende bankje was. En
toen kwam er zo’n apart moment, want hoe begroet je iemand die je pas 1 keer
eerder hebt ontmoet maar waar je wel een diepgaand gesprek mee hebt gevoerd?
Gelukkig was zij daar iets sneller over uit en met haar armen gespreid liep ze
op me af, een korte omhelzing dus.

Zoals ik eerder al zei vertelde ik haar dus dat ik over onze
vorige ontmoeting een verhaal had geschreven en dit verhaal had heel wat
losgemaakt bij mijn lezers. Mailtjes, sms’jes en telefoontjes stroomden binnen
(geen geintje!) iedereen wilde weten wie Amie was of Maaike of hoe ze ook
heette…..dat meisje van dat verhaal. Was het echt gebeurd? Hoe was het? Hoe zag
ze eruit? Waarom ben je op haar afgestapt….ik was een heleboel uitleg
verschuldigd aan iedereen bleek…een nieuwe ontmoeting kon niet uitblijven maar
voor ik alles over Amie zou kunnen opschrijven wilde ik het haar eerst vragen
wat zij ervan vond. Ze vond het schattig dat zelfs mijn moeder mij opbelde en
onder de noemer ‘je moet me wel op de hoogte houden hè!’ probeerde los te
peuteren of dit wellicht de vlam was waar ik naar opzoek was. De eerste week na
publicatie van het verhaal was de openingszin van een MSN conversatie niet
‘Hoi/Hey/Hallo, hoe is het’ maar ‘Wie is Amie/Maaike?’ . Maar ik moest iedereen
teleurstellen, ten eerste omdat die ontmoeting toen zo bijzonder was dat het
haast onmogelijk is  te beschrijven en
ten tweede rook ik handel, iedereen wil weten hoe dit nou verder gaat, hoe dit
afloopt, of dit ooit afloopt? En tot aan vanmiddag had ik eenzelfde gevoel. Nou
ja, eigenlijk heb ik dat gevoel nog steeds.

Het was een prachtige middag om te fietsen, een lekker
briesje, niet bloedheet, gewoon lekker nazomer weer terwijl we net met 1 been
in september staan. Ik vroeg Amie hoe het met haar was aangezien ze vorige keer
erg emotioneel was. Ze vertelde dat toen ze de vorige keer terug fietste zich
opgelucht voelde maar stiekem was er ook een soort leegte. Ze voelde zich soms
best wel alleen, ze had iemand nodig om haar verhaal bij te kunnen doen. Ze voegde
er lachend aan toe, niet iedereen zoals jij, zoals W.F. Hermans ooit zei: ‘Een
schrijver is zijn eigen psychiater’. ‘Ik moet mij verhaal kwijt.’ zei ze licht
wanhopig. Een stilte viel, al kun je van een stilte nauwelijks spreken op een
dijk vol in de wind, krijsende meeuwen en een snelweg op gehoorsafstand. Ik keek
naar de snelweg en zei: ‘Waar wil je beginnen?’
Verschrikte keek ze op alsof ze dit totaal niet had verwacht. Ik zei tegen
haar: Kom op zeg, je hebt de vorige keer tegen een wildvreemde iets wat heel
diep weggestopt zat blootgegeven, die wildvreemde is wel wat gewend inmiddels.’
Een ernstige blik verscheen en ze zuchtte diep: ‘Maar ga jij dit ook
opschrijven dan?’

‘Misschien,’ zei ik tegen haar, ‘als het spannend, sappig of
grappig is wel.’ Ondersteund door mijn welbekende sarcastische glimlach.
‘Maar dan wil ik eerst meer over jou weten,’ zei ze vastberaden. ‘Misschien
schrijf ik dat ook wel op.’
We moesten beiden hard lachen en wat volgde was een twee uur durend gesprek
over koetjes en kalfjes, ik verteld over mijn leven en zij over die van haar.
Over haar familie, over haar studie, over haar dromen en over haar huisgenote
met d’r nachtelijke toiletritueel. Totdat ze een sms’je kreeg, zo’n
karakteristiek Nokia plingeltje. Ze moest er vandoor, wat er aan de hand was
zei ze niet. Ze wilde nog wel mijn website adres weten en wanneer we weer af
zouden spreken. Althans, als ik dat wilde. En of ik dat wilde! Zulke goede
gesprekken heb ik in tijden niet gehad maar dan wel ergens binnen want die
zomer komt toch niet meer en op zo’n houten bankje in de volle wind is ook geen
pretje. En net als de vorige keer reed zei de ene kant op en ik wederom terug
naar huis. Tot volgende keer Amie….eeeh Maaike!

Aug 12

Schrijven wat je ziet. Gewoon zitten en schrijven wat zich
voor je neus afspeelt. En daar zat ik op een bankje ergens in the middle of
nowhere uit te puffen. Ik was daar niet zomaar gekomen. Nadat ik eerst ritueel
mijn racefiets van overbodig stof had ontdaan stapte ik mijn deur uit met
bestemming onbekend en retour naar huis. En toen zag ik haar zitten, op de
dijk, op een bankje helemaal alleen. En ik? Nee, ik ging niet naast haar
zitten, kom op zeg kennen jullie me nou nog niet? Ik ging zitten op een bankje
even verderop en ging schrijven, in gedachten schreef ik alvast dit verhaal.

Eerst geven we haar een naam, dat is wel zo gemakkelijk.
Veel gemakkelijker dan dat ene meisje. En ook wel zo beleeft natuurlijk. Dit
meisje die ongeveer dezelfde leeftijd heeft als ik noemen we Amie. Waarom Amie,
ach gewoon omdat ze eruit zeg als een Amie. En ik de avond ervoor naar Amie van
Damien Rice had zitten luisteren. Maar goed Amie was een doodnormaal meisje,
niet erg opvallend. Ze doet gewoon haar ding, ze woont op kamers, is bijna
klaar met haar studie en heeft veel vriendinnen. Je zou kunnen zeggen dat Amie
haar leven goed op orde heeft. Tot gisteravond!

Zoals altijd op zaterdagavond ging ze op bezoek bij een paar
vriendinnen, een beetje kletsen, tv kijken en wat de avond verder brengt zien
ze dan wel. Maar gisteravond ging het anders dan anders en daardoor zit ze
hier. Ze weet het even niet meer. Ze heeft een vreemd gevoel waar ze maar niet
vanaf komt.

En ik zit daar op mijn eigen bankje en vraag mij af wat er
gebeurd zou kunnen zijn. Het haar vragen durf ik toch niet maar als ik mag
raden is ze geschrokken. Ze heeft iets meegemaakt wat ze niet voormogelijk had
gehouden. Achteraf is het allemaal heel goed te verklaren maar ze wil het toch
niet geloven. Haar hele leven heeft ze geloofd dat vrienden komen en gaan, dat
is niets bijzonders. Maar ze geloofde ook dat beste vriendinnen voor altijd
zijn. Ze heeft er een paar, en daar is ze maar wat trots op en zuinig ook want
niemand heeft veel beste vrienden, zelfs ik niet. Maar ze was geschrokken omdat
ze haar beste vriendinnen was kwijtgeraakt. Niet dat ze ze niet meer zag ofzo
maar ze waren uit elkaar gegroeid. Dat gebeurde niet gisteravond, maar was al
langer aan de gang, en eigenlijk heel begrijpelijk, ze deden andere studies,
woonden in een andere buurt en deden andere dingen, behalve op zaterdagavond.
Die bel is de afgelopen jaren steeds groter geworden en gisteravond is hij
geknapt, niet met een knal want het was niet een ballon of iets dergelijk, het
was gewoon een plop, een nauwelijks hoorbare plop. En Amie zit hier omdat ze
volgensmij gister de enige was die deze plop hoorde. Het was een normale
discussie die ze hadden, gewoon over jongens, films, kleding weet ik het waar
meisjes het over hebben, het was gewoon niet veel bijzonders maar er was gewoon
geen klik meer tussen Amie en haar vriendinnen. Hoe hard ze het ook probeerden
ze konden elkaar niet meer vinden. En Amie is zich toen rot geschrokken, voelde
zich vreemd want ze kon er niet met haar hoofd bij dat dit heeft kunnen
gebeuren. De discussie is ook vreemd geëindigd, een van haar vriendinnen nam
een niet eerder vertoonde agressieve houding aan en leek zich tot Amie te
richten wat Amie in een defensieve houding bracht verbouwereerd als ze was. Er
is verder niets gebeurd, de discussie is zakelijk geëindigd maar er is niet
geschreeuwd, het was gewoon een vreemde situatie. Ze voelt zich nu even heel
erg alleen, dat is ook heel begrijpelijk want datgene waarvan ze dacht dat niet
kon veranderen is toch gebeurd. Ze wilde even uitwaaien en begrijpen wat er
hier is gebeurd, een nieuw begin maken en daarom zit Amie nu hier.

 

Hoe ik dit allemaal weet? Ach, ik heb helemaal niet op dat
bankje verderop gezeten, nou ja eventjes dan. Maar ik ben, tegen mijn gewoontes
in, naar haar toegegaan en heb haar gevraagd waarom ze hier zat. En we hebben
gepraat, gelachen en zij zelfs een beetje gehuild. Maar het was geweldig, prachtig
en ze ging met een lach weer terug naar haar kamer, op haar omafiets. En ik racefietste
de andere kant op, naar mijn huis. Ze heet ook helemaal geen Amie maar Maaike,
maar voor mij heet ze Amie en we hadden een fantastische tijd gehad en hebben
afgesproken dit nog een keer te doen. Amie en ik….Ik en Amie!

preload preload preload