De zon gaat prachtig rood onder en ik schiet vol. Met brandende ogen bekijk ik de zon. Ik durf niet te knipperen. Bang dat de zon ineens weg is, het beeld minder mooi maar bovenal probeer ik door niet te knipperen mijn tranen binnen te houden. Ik hou me groot. Ik wil niet dat de zon mij zo ziet. Dat de laatste stralen die zij uitzendt naar mij weerspiegelen in de tranen op mijn wangen.
Ik heb oprecht genoten van de zon. De dag leek eindeloos te duren. De hele dag was er geen wolkje aan de lucht te zien geweest. Al vanaf het aanbreken van de ochtend, het verraste zelfs de haan, scheen zij prachtig mooi. En ik genoot. Ik genoot met volle teugen. Misschien aanbad ik haar zelf wel. Ze scheen zo heerlijk de hele dag, verwarmde de aarde en mijzelf. Voorzag alles om mij heen de meest prachtige kleuren die elke keer net even iets anders leken dan enkele moment ervoor. Ik bleef zo lang als ik kon kijken. Kijken naar de zon. Totdat ik zeker wist dat ik geen zonnestraal meer zou missen. Tot diep in de nacht, ik wist zeker dat ik ze nog zag. Slaap kon ik nauwelijks vatten maar moe was ik zelden want ’s morgens vroeg stond ik haar al op te wachten. Want haar eerste stralen waren het mooiste van allemaal. Zo helder zo mooi en zo puur en vol energie waarmee ik de dag gegarandeerd doorkomen zou.
En zo ging het elke dag! Stralend kwam ze op, verwarmde mij, gaf me energie en veranderde de grijze grauwe wereld in een geweldig mooi landschap. En het verveelde ook niet. Elke dag zat ik daar, te wachten op haar en elke dag voelde als de allereerste keer dat ik haar mocht zien. En elke dag weer ontroerde het mij maar maakte mij ook enorm gelukkig.
Maar goed, helaas worden de dagen korter. En dat is logisch want ik ben niet de enige die van de zon geniet. Iedereen wil van de zon kunnen genieten, wil verwarmd worden en ademloos kunnen kijken naar de prachtige kleuren. De zon laat zich minder zien, minder vaak en minder lang. Zo gaat dat nu eenmaal. Seasons change en dan schijnt de zon minder fel, verwarmd minder en de kleuren worden wat doffer. Het is nog steeds mooi en warm maar wat eerst leek op een zomer die eindeloos zou blijven duren, lijkt nu over te gaan in herfst. En ik hou niet van herfst. Herfst is om te huilen, ik wil zomer! Gewoon zonder jas buiten kunnen lopen, in het gras liggen en kijken naar de zon. Het is nog geen herfst maar de avonden worden al wel sneller fris en donkerder.
Wat moet ik doen? Moet ik iets doen, kan ik iets doen? Ik blijf ondertussen genieten van de zon maar vraag me ook wel af of een zomer wel eindeloos kan duren? Wil ik wel dat ik dat de zon achterna blijf reizen terwijl zij in haar eigen tempo de wereld voorziet van kleur, warmte en licht? Ik weet het niet. Ik hoef nog even niets, nog niet te kiezen. Ik geniet nog even van de zon en wacht rustig af. Begrijp me niet verkeerd. Ik wil dat deze zomer eindeloos duurt want het is precies zo’n zomer als beschreven in de mooiste gedichten en geschilderd in de meest prachtige kleuren. Maar ik heb geen invloed op de zon, als zij zich verder van mij verwijderd, zich minder vaak laat zien. Hoe lang hou ik dat vol, hoe langer de nachten duren des te sneller koelt het af! Maar ik wil zo graag de zon zien en haar warmte voelen! Deze zon, mijn zon!