Dit is geen stukje geschiedenis les over de slag om de Ardennen
tijdens de tweede wereldoorlog. Het is gewoon een beschrijving van hoe ik
afgelopen weekeind een heftige strijd met mijzelf heb moeten voeren. In de
Ardennen wel te verstaan. Het was een leuk plan en ik had er ook erg veel zin
in. Temeer omdat ik het nog nooit had gedaan maar stiekem van binnen wist ik
ook wel dat het een heel erg slecht plan was. Een plan dat wel verkeerd moest
gaan. Het is niet verstandig om voor het eerst in de Ardennen te gaan fietsen
als je nog nooit een fatsoenlijke heuvel op bent gefietst. Kijk, de Grebbeberg
kan wel steil zijn maar zo hoog is ie nu ook weer niet. Daarnaast is het niet
slim om deze eerste keer ook nog eens vergezeld te worden door een twintigtal
goedgetrainde, dagelijks op de fiets zittende (ex)fietskoeriers die hun zomers
doorbrengen in de Franse Alpen, Spaanse Pyreneeën of in de Italiaanse Dolomieten.
Het is gewoon zeer onverstandig om de avond ervoor teveel bier te hebben
gedronken als ook een te zware fiets te hebben met net niet de juiste
verzetten. Wat ook handig was geweest als ik genoeg eten had meegenomen en iets
suikerachtigs in mijn bidonnetje water had gedaan. Al deze factoren dragen bij
aan een succesvolle voltooiing van een rit van meer dan 100km maar voorwaarde
voor dit alles is toch wel dat je dient te beschikken over een aardig goede
conditie. En daar was ik sowieso al niet zo zeker van.
Het leuke aan de Ardennen is, is dat er geen weg, al kun je
het soms geen weg meer noemen, vlak is. Je hebt als je in die omgeving fietst
twee smaken. Of je gaat omhoog of je gaat naar beneden. Klinkt heel erg leuk en
dat is het ook als je gedurende de eerste twee uur koers lekker in het peloton
kunt meedraaien. Het ging zelfs zo lekker dat ik al begon te denken over een demarrage
naar de voorste gelederen van de groep. Met alle zelfdiscipline die ik had, en
wellicht ook wel voorziende blikken, wist ik mijn plekje achterin het peloton
te behouden. Maar na twee uur ging het mis, de sap was op. De pap kwam in de
benen als ook het zuur. Na een schitterende afdaling waarvan ik echt vreselijk
heb genoten kwam de volgende steile klim. Ongeveer 3 keer de grebbeberg op
schat ik zo. Het half uur omhoog was volgde kon ik nog ternauwernood
aanklampen. Maar om een hele lange rechte weg vals plat omhoog ging het mis.
Goed mis! Ik voelde gewoon alle kracht uit mijn benen wegtrekken.
Terugschakelen hielp niet meer, mijn benen konden nog maar op 1 tempo
ronddraaien en dat resulteerde in een maximale snelheid van 9km/u (hetgeen
geloof ik ook de minimum snelheid is om überhaupt op een fiets te kunnen
zitten). Langzaam zag ik de mensen voor mij, maar ook achter mij (ik was niet de
enige) uit het vizier verdwijnen. Kilometerslang heb ik op en af gereden hangend
op mijn stuur.
Vloekend, scheldend, koud en zonder energie. Tientallen keren
nam ik mij voor bovenop een volgende heuvel de fiets in de berm te gooien en
een taxi te bellen. Ik had het helemaal gehad! Ik was alleen in de Ardennen,
een omgeving waar ik nog nooit was geweest. Terwijl de auto’s met meer dan 100
km/u langs vlogen worstelde ik mijn volgende heuvel op. Een heuvel die ik aan
het begin van de dag fluitend op peddelde maar nu was het een heel ander
verhaal. Op het moment dat ik echt het bijltje erbij neer wilde gooien want ik
wist absoluut niet meer waar ik heen moest kwam ik twee collega’s tegen waarvan
er 1 van hen in een vergelijkbare staat verkeerde. Harkend puffend en steunend
zijn we, ik in ieder geval terug gekomen bij het verblijf. De rest van de tijd
heb ik geen klap meer uitgevoerd. Pijn in mijn benen had ik niet eens meer,
gewoon een leeg lijf dat compleet is uitgewoond. 12 uur heb ik daarna geslapen.
Gewoon, omdat het moest, de batterij was leeg.
De volgende dag ben ik niet
nogmaals op de fiets gestapt. Ik wist dat als ik dat wel zou doen dat ik bij de
eerste de beste verkeersdrempel zal worden gelost. Gewoon direct uit de grote
groep, uit de bus gewoon helemaal remi. Dat zag ik niet zitten. Ik heb datgene
gedaan wat ik zeker wist dat ik kon. Datgene dat ik altijd zal blijven kunnen,
met of zonder conditie. Ik ben in het zwembad gaan liggen en lekker wat
baantjes getrokken. De slag om de Ardennen had ik verloren, althans van de
rest. Ik had gewonnen van mijzelf. Ik heb niet opgegeven, hoe vaak ik dat ook
wilde. Verbaast dat mij? Nee, eigenlijk niet, ik had ook niet anders van
mijzelf verwacht. Ik ben dan misschien niet in topvorm maar opgeven doe ik niet
en de finish halen absoluut! Net zoals Generaal Anthony McAuliffe zich weigerde
over te geven in december 1944 tijdens het Ardennen offensief. Na drie weken
omsingeling zei hij tegen de Duitsers nadat zij hem vroegen om zich over te
geven: ‘ Nuts’. En ach, dat ben ik ook wel een beetje.