‘Heb je eigenlijk een vriendje?’ Vroeg ik toen ze terugkwam
met twee nieuwe bekers warme chocolademelk.
Amie trekt haar wenkbrauw bedenkelijk op.
‘Ehhm nou, uhh zo bedoelde ik het eigenlijk niet. Ik dacht
ik snijd gewoon een iets luchtiger onderwerp aan want om nu de hele tijd te
gaan filosoferen over de zin des levens kost wel erg veel energie.’
Zichtbaar opgelucht zet ze de kopjes op de tafel die tot
voor het einde van mijn zin iets boven de tafel hebben gezweefd.
‘Ik schrok al, ‘ verzucht ze, ‘maar ik weet niet of mijn
liefdesleven nou zo luchtig is hoor?’
‘Ja, als je dat zegt is het enige dat ik kan vragen waarom
het dan niet zo luchtig is.’ Zeg ik op bijdehante toon.
Een schuchter lachje kan er net bij haar af maar wederom
lijkt er een onderwerp te zijn aangesneden dat Amie op een of andere wijze
dwars zit.
Ik zeg:’Kom op, je wilde je verhaal kwijt, je wilde met mij
praten. Nu merk ik dat ik wederom iets heb geraakt dat je dwars zit dus nu
heeft het geen zin om over koetjes en kalfjes te praten.’
‘Ja, daar heb je gelijk in.’
En met zichtbare tegenzin begint ze met praten terwijl je
met de slagroom die op haar chocomelk drijft aan het spelen is.
‘Ik vind liefde maar een moeilijk iets. Alleen al de
discussie wat het precies is, wanneer je er precies last van hebt en wanneer je
het er dan wel niet over mag hebben maakt het voor mij al een ongelooflijk
ingewikkeld begrip. Maar los daarvan is nog wel de vraag, hoe vind je de liefde
van je leven? En dan wil ik ook niet de discussie aangaan of die wel bestaat
maar gewoon, hoe vind ik die persoon?’
‘Ik denk dat ik al weet waar dit naartoe gaat en ik vrees
ook dat ik je hier niet bij zal kunnen helpen maar ga door.’ Antwoord ik.
Ze glimlacht en verteld verder: ‘Ik geloof bijvoorbeeld niet
dat ik de man van mijn leven tegenkom bij het stappen. Ik heb heel veel lol
tijdens het stappen en ik doe gewoon lekker gek en laat me graag versieren door
mannen maar mijn droomman zal ik niet vinden in de harde muziek en flitslampen.
Je beoordeeld dat iemand puur op het uiterlijk
want een normale conversatie kun je dan toch niet voeren en ik geloof dat
niemand echt zichzelf is als ie aan het stappen is. Ja, ze zijn wel losser maar
overdag zijn mensen ook niet stomdronken en zijn ze dus anders dat die lossige
gozer waar je een leuke avond mee hebt gehad.’
‘Hmm, ik ben het wel met je eens maar ik wil toch wel een
soort ‘devils advocate’ spelen door te stellen dat je sowieso iemand eerst op
zijn uiterlijk beoordeeld ook al kom je die persoon tegen in de bus, trein of
supermarkt.’
‘Ja, dat is waar, maar nu ben je me al een beetje te snel
af. Ik denk ook niet mij prins te vinden in de supermarkt, in de trein want ook
daar beoordeel je iemand ook enkel op uiterlijk. Daarnaast stap ik niet echt
gemakkelijk op mensen af en naar ik mij meen te herinneren was dat jij op mij
afkwam op dat bankje op de dijk ook niet een alledaagse bezigheid. Ik denk dat
ik mijn prins eerder vind in de collegebanken, op mijn sportvereniging, onder
mijn vrienden.’
‘Ho, wacht….onder je vrienden? Is dat niet een beetje
vreemd?’ Vraag ik.
‘Nee, hoezo is dat zo vreemd? Je kent iemand dat al wat
beter, je kent iemand beter dan alleen hun uiterlijk maar hebt al een beetje
geleerd om daar doorheen te kijken. Dat neem trouwens niet weg dat iemand nog
steeds heel erg aantrekkelijk is hoor! Maar ik begrijp je vraag maar je moet
vrienden niet met beste vrienden verwarren. Beste vrienden en gewoon vrienden
is een wereld van verschil. Al moet ik hier oppassen want iemand waarop je
verliefd bent daar kun je ook beste vrienden mee worden natuurlijk. Als je niet
met z’n tweeën door en deur kan kun je nooit van elkaar houden natuurlijk.’
‘Hmm, maar toch vind ik het vreemd klinken. En internet-dating
dan? Daar is de drempel iets minder hoor dan in bijvoorbeeld een trein.’
Even is ze stil en kijkt ze al denkende naar de
binnenkomende oude man die naar zijn vertrouwde kruk strompelt vanwaar hij
vervolgens de vreemde gasten (wij) in zich opneemt.
‘Nee, ook dat is niets voor mij denk ik. Ik vind het echt
een heel raar idee om mijzelf in een soort contactadvertentie te ‘verkopen’ als
zijnde op zoek naar de liefde van mijn leven. Je kunt dan er wel bij zetten dat
je niet op zoek bent maar door je überhaupt aan te melden geef je aan op zoek
te zijn. Ik geloof niet dat door hard te zoeken je de liefde van je elven vind.
Integendeel, je gaat dan zo gedreven uitkijken of die ene persoon je prins is
dat je uit het oog verliest dat je beeld van je prins wel helemaal niet aan dat
ideaal beeld voldoet. Gebeurt het dan gebeurt het!’
‘Ja, allemaal leuk en aardig deze pseudo-wijsheden en ik ben
het ook wel met je eens tot op zekere hoogte maar iedereen aan wie je dit
verteld zal dit beamen. Wat is nou het probleem….je hebt nog niemand gevonden
ofzo?’
Ze kijkt me vernietigend aan alsof ze zich betrapt voelt
maar ze weet dondersgoed zelf dat alles wat ze tot nu toe heeft gezegd enkel
afweek van datgene waar het werkelijk om gaat, dat wat haar echt dwars zit.
‘Nou,’ begint ze met frisse tegenzin, ‘ik ken wel iemand die
ik heel erg leuk vind, maar het is een goede vriend van mij. Alleen weet ik
niet of….ehhhm …..’
‘Of je door te zeggen dat je hem leuk vindt datgene wat je
nu hebt ongedaan te maken?’
Amie valt bijna van haal stoel van verbazing, met open mond
staart ze me aan maar dan lijkt ze het te snappen.
‘Jij kent het probleem?’
‘Jazeker dat ik het ken. Hoewel andere mensen er zo
gemakkelijk over doen door te zeggen dat je maar gewoon de stoute schoenen aan
moet trekken, dat je ook niet gelukkiger wordt van datgene dat je nu hebt, is
er iets dat je tegenhoudt diegene te zeggen dat je ze leuk vindt.’
Even kijken we beiden naar buiten, verzonken in onze eigen
gedachten.
‘Ik vind je leuk!’ zeg ik plots.
Verschrikt kijk Amie mij aan, een onderzoekende blik
probeert te ontdekken of ik dit serieus meen of dat ik een geintje maak. Ik
besluit haar uit haar lijden te verlossen.
‘Zo gemakkelijk is het om te zeggen. Tegen jou heb ik daar
absoluut geen moeite mee. Ik vind je ook leuk, ik praat heel erg graag met je
en we hebben ook heel veel lol. Maar ik krijg die drie woorden gewoon niet over
mijn mond als ik bij haar ben.’
‘Ja precies, je wordt bijna misselijk, je wilt het echt
zeggen maar alleen al het idee wat voor vreemde stilte er zou kunnen gaan
hangen nadat je die woorden hebt uitgesproken……zoals net.’
‘Haha, inderdaad. Dat was ook een vreselijke stilte als wist
ik dat het om een geintje ging en er eigenlijk niets op het spel stond.’
‘Staat er dan iets op het spel zit ik me eigenlijk af te
vragen. We hebben allebei hetzelfde probleem, we zijn allebei bang dat we die
vriendschap die we hebben kwijt raken door enkel te zeggen dat je iemand leuk
vindt. Eigenlijk is dat best vreemd. Enige dat terug gezegd zou kunnen worden
is dat die ander jou niet leuk vindt. Je valt niet op je knieën ofzo. Het is
enkel een soort aftastende geste die je maakt.’
‘Maar waarom maken wij ons dan toch zo druk?’
‘Tjsa, das een goeie vraag?’ stelt Amie. ‘Ik heb nu echt de
neiging om de telefoon te pakken, hem op te bellen en het gewoon te zeggen, of
keihard in zijn voicemail te schreeuwen maar…’
‘Sorry maar ik ga toch weer je zin afmaken, maar je vind via
de telefoon zo onpersoonlijk?’
‘Ja, precies’ verzucht ze.
En beide laten we ons achterover in onze stoel vallen,
gevolgd door een diepe zucht. We lijken allebei te beseffen dat we helemaal
niet zo’n bijzonder geval zijn.
Nadat we een aantal minuten zwijgend tegenover elkaar hebben
gezeten barst Amie ineens in een lachen uit.
[To be continued] Maar dat hadden jullie denk ik wel
verwacht.