Ik heb de laatste tijd voor de grap tegen een aantal mensen
geroepen: Ik moet met een boekhoudster trouwen! En ik geef toe, zo out of the
blue klinkt dat natuurlijk vreselijk geestig maar ik denk dat ik het toch even
moet uitleggen. Ook voor mijzelf.
Geld doet mij namelijk niet zoveel. Hmm herstelmoment 1, ik
geef best wel om geld maar mijn geluk hangt er niet van af. Sterker nog, hoe
meer geld ik heb hoe meer ik ervan uit (denk) te kunnen geven. Ik geef ook
liever geld uit dan dat ik het ontvang. Hmmmm herstelmoment 2, ik ontvang heel
erg graag geld van bedrijven waar ik voor heb gewerkt en klusjes die ik heb
verricht die wat meer werk kostten dan een dag. Maar ik heb altijd moeite met
´going Dutch´. Ik denk dat menigeen ook een frons tevoorschijn tovert op zijn
gezicht. Nederlanders staan namelijk niet alleen bij de Belgen (of wat daar nog
van over is) bekend als gierig. In de Engelse taal is er zelfs een veel
gebruikte term voor in het leven geroepen. Going Dutch….het fenomeen dat in het
restaurant iedereen voor zich betaald en dat ook nog eens openlijk doen. Er
wordt haast gevochten om het bonnetje opdat iedereen die het bij het bestellen
nog niet heeft gedaan zijn deel van het geheel uit kan rekenen. Sommige mensen
zijn er zelfs zeer principieel in. Ik gooi vaak gewoon teveel neer. Ik heb
lekker gegeten, heb veel lol gehad en weet ongeveer wat het me heeft gekost en voor
die drie factoren ben ik dan ook bereid te betalen. En soms heb ik het idee dat
het maar goed is ook dat ik teveel neerleg aangezien in de hectiek van het
bonnentrekken komt er meestal te weinig op tafel te liggen en blijft het een
mysterie wie de ‘cheap ass bastard’ is geweest.
Ik voel mij dan ook bezwaard en zelfs een tikkeltje beledigd
al ik gasten uitnodig en ontvang en zij willen bijdragen in de kosten voor het
eten. Neen! Ik nodig ze toch niet voor niets uit. Als ik het financieel niet
aan zou kunnen had ik ze toch niet uitgenodigd. Ik vind het leuk dat je er
bent, ik wil gewoon lol maken en niet moeilijk gaan zitten doen over een
maaltijd van vijf of tien euro. Echt typisch Hollands.
Maar wat mij nog het meest verbaasd is dat mensen dit
oprecht vreemd vinden en juist gaan vragen of ze écht niet hun deel van de
entree, maaltijd of drank moeten betalen. Nee, dat hoeft niet. Ik leg het je
graag uit waarom het niet hoeft maar neem genoegen met mij vriendelijke
weigering. Ik doe dit ook enkel als ik plezier heb gehad, als ik mensen
vertrouw. Dus wees gewoon dankbaar en doe hetzelfde als jij mij uitnodigt, is
veel gemakkelijker en nog leuker ook want de sfeer wordt altijd verpest wanneer
het over geld gaat. Het gelach verdwijnt, de boekhouderklep gaat op en gerekend
zal er worden.
Dit gedrag ik volgensmij ook genetisch bepaald, ik ben niet
voor niets een vreselijke hoofdrekenaar. Ja, schatten dat lukt me wel maar wat
boeit mij het nou als ik 13,95 moet betalen in een restaurant…leg ik gewoon 15
euro neer….ik hoef die muntjes niet eens. Maar goed, ik blijf nog steeds in de
categorie (arme) student vallen dus de put is niet oneindig diep, ik heb geen
geldboom of ezeltje poepgeld in de tuin dus ik moet zo af en toe op de centjes
letten. Sparen is sowieso niet een hobby van me en als je elke maand redelijk uitkomt,
is sparen dus ook niet echt een optie. Althans, het zet niet echt zoden aan de
dijk. Daarom ben ik blij dat ik een hoog voorschotbedrag heb voor mijn
energierekening en dat ik zeker weet dat ik dat never nooit niet opstook in
mijn eentje. Dus onbewust aan ben ik aan het sparen geslagen met een nog
onbekend bedrag in het vooruitzicht. Let wel, ik ben alleen zo met mijn eigen
geld en niet met dat van iemand anders. Want op zulke momenten ben ik dan wel
een typische Hollander maar mijn eigen geld….ach ik hoef geen miljoenen te
verdienen later als ik groot ben. Het zal mijn leven niet beter maken dan
wanneer ik genoeg verdien om veel gasten uit te nodigen, leuke dingen te doen
en geen zorgen te hebben. Daarom een boekhoudster….dusssss ben jij…hahaha
Even kort terugblikkend, we zaten in het café en buiten was
het verschrikkelijk weer. Amie zou haar verhaal vertellen, gewoon alles en ik
zou luisteren, vooral heel goed luisteren. Amie zocht naar een begin van haar
verhaal terwijl ik mijn warme choco opdronk. Ik verwissel het beeld van de
bodem van mijn beker met bruine drab onderin voor een glimlachende Amie
tegenover mij. ‘Zal ik dan maar?’ Vraagt ze. En ik antwoord: ‘Ik neem aan dat
dat een retorische vraag is dus barst los’.
‘Wat is mijn levensmotto, daar zit ik eigenlijk een beetje
mee in mijn maag’ begint ze. Ik kijk haar aan met een blik van ‘begint dat
zo?’. Maar ze gebaard gebiedend dat ik maar beter mijn mond kan houden.
‘Kijk, als je van die portretinterviews leest of op Internet
van die profielsites, dan heeft iedereen wel een levensmotto. ‘Carpe Diem’ is
natuurlijk de meest gehoorde. Maar dan kun je wat mij betreft net zo goed niets
invullen. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat alle mensen dit motto aanhangen
’s morgens bij het opstaan denken dat ze van deze dag de beste dag van hun
leven maken en er intens van te gaan genieten. Dat kan gewoon niet je eerste
gedachte zijn als je wakker wordt. Als het je wel lukt geweldig en pluk de dag.
Maar mij hou je niet voor de gek als je wakker wordt en je al precies weet wat
je die dag allemaal voor saaie taken moet verrichten. Dat noem je niet
levensgenieten maar gewoon je levensverbruik. Het is anders als er iets leuks
in het verschiet ligt. Vroeger als kind kon je de nacht voor je verjaardag nauwelijks
de slaap vatten om nog maar te zwijgen over het vroege tijdstip waarop je
wakker werd in afwachting van je cadeaus. Maar het lijkt erop dat je naarmate
je ouder wordt dat allemaal een beetje verleerd. Je verjaardag doet je niet
meer zoveel als eerst, je leven zit vol met allerlei verplichtingen en je weet
vaak ’s ochtends al wat je ’s avonds gaat doen. Je wereld is groter maar ook
ingewikkelder. Als kind heb je je wijk, en dat is jouw wereld. Daarin heb je je
school, je huis, je vriendjes en de supermarkt. In die tijd past zeker het
motto Carpe Diem. Je weet aan het eind van de dag niet of je Power Rangers gaat
spelen, of voetballen of wellicht tikkertje. Enige zekere is, is dat je voor
het donker thuis moet zijn. Maar als dat het enige is.’
‘Dus als ik het goed begrijp wil jij het motto: Leeft zoveel
mogelijk als een kind’ gaan nastreven?’ merk ik op.
‘Nee, ik denk het niet. Hoewel het me wel trekt denk ik niet
dat je daar als mens verder in komt.’ Antwoord Amie.
‘Maar, men zegt toch altijd geluk zit in kleine dingen en de
wereld van een kind is simpel, klein en overzichtelijk. Dat is toch prachtig.
Bijna iedereen denk toch vaak met weemoed terug aan zijn jeugd? Wat is er dan
mis mee, je zegt verder komen als mens. Daarmee ga je er dus vanuit dat je motto
iets met vooruitgang te maken moet hebben.’
‘Precies!’ zegt Amie niet iets te luidt waardoor het café
ineens doodstil wordt. Wanneer het geroezemoes weer terugkeert alsmede de
normale huidskleur op Amie haar gezicht gaat ze verder. ‘Dat moet jij helemaal
begrijpen als oud topsporter, ja ik heb je site goed gelezen hoor. In de
(top)sport maak je momenten mee van intens verdriet en intense pijn maar ook
van intense vreugde. Je leert jezelf kennen in extreme situaties op fysiek en
mentaal gebied. Verdriet wanneer je hebt afgezien en geluk wanneer je jezelf
hebt overtroffen. Een normaal mens zal in zijn leven nooit zulke emoties
meemaken. Ja, wellicht als een dierbare overlijd maar daar houd het dan ook
zo’n beetje bij op. Je hoort vaak ‘stilstand is achteruitgang’ maar dat is niet
echt een levensmotto. Het zou betekenen dat je nooit even stil mag blijven
staan om nou eens gewoon te kijken waar je vandaan komt en waar je heen wilt
gaan. Je krijgt het idee dat je leven zich afspeelt in een wedstrijd.’
Ze pauzeert even omdat de mensen aan het tafeltjes achter
ons vertrekken en de stoel keihard tegen de rugleuning van Amie aan schuiven.
Geklemd tussen tafel en stoel trekt ze een tekenfilmachtig gezicht. Met een
vernietigende blik kijkt ze de twee mensen het café uit, lacht en gaat weer
gemakkelijk zitten.
‘Waar was ik ook alweer gebleven?’ vraagt ze.
‘Je gaat waarschijnlijk nu iets vertellen over de
individualistische en materialistische maatschappij.’ Antwoord ik.
‘Ja, precies. Het draait bij mensen tegenwoordig enkel om
status. Beter zijn dan de ander en meer hebben dan de ander. Op zich is dat
niet een heel slechte eigenschap. Het wordt pas ergerlijk als men het gaat
uitdragen. Dan krijg je een soort wedstrijd naar meer, hoger, beter en harder. Een
onwenselijke situatie in mijn ogen. Op zulke momenten komt het slechtste in
mensen naar boven. Haantjes, ego’s en eikels worden gekweekt en daar wil je
niet tussen zitten lijkt me. Het leven is ook geen wedstrijd. Maar wat is het
dan wel? Stel ik wordt ooit beroemd en kom met een portretinterview in de
krant. Wat moet ik dan zeggen?’
Ik maak van de gelegenheid gebruik om haar vraag proberen te
beantwoorden.
‘Ik denk dat ik het antwoord voor je heb. Nou ja, niet het
echte antwoord maar ik denk dat je zojuist langs het antwoord van je vraag bent
geschaafd. Je hebt het over kinderlijke eenvoud alsmede over jezelf verbeteren
maar dan niet resulterend in egoïstisch tokkiegedrag. Je wereld om je heen moet
je veel waard zijn, dus iets in de trant van ‘Steek energie in die mensen
waarvan je het ook terug krijgt’ maar ook gericht op verbetering van je eigen
‘ik’. Nu vraag ik aan jou, wat is het resultaat van beide inspanningen?’
Amie kijkt me even nadenkend aan en veert vervolgens
lichtjes op.
‘Geluk! Je wordt gelukkig van mensen om je heen waarom je
geeft en die om jou geven, maar je wordt ook gelukkig van iets doen wat je
daarvoor nog niet kon. Maar komt dat niet een beetje neer op dat vervelende
Carpe Diem?’
‘Ik denk van niet’ zeg ik resoluut, ‘Als je de dag plukt
probeer je het beste te maken van de dag die je overkomt zonder dat je zelf
initiatief neemt er iets moois van te maken. Het is een beetje passieve vorm
van geluk nastreven.’
‘Dus jij zegt dat het streven naar geluk het motto van het
leven is?’ vraagt ze.
‘Ja, sterker nog het is de zin van het leven. De zin van het
leven is het streven naar het doel van het leven.’
‘Wat is het doel dan?’
‘Het doel van het leven is in mijn ogen blijvend geluk. De
weg ernaar toe, de zin van het leven is streven naar blijvend geluk.’
‘Dus het motto als je ’s morgens opstaat is: Streef elke dag
naar blijvend geluk?’vraagt Amie.
‘Voor mij wel’ luidt mijn antwoord resoluut.
‘Goh’ zegt ze terwijl ze naar buiten kijkt. ‘Ik haal nog wat
te drinken.’
Een slecht idee, een vreselijk slecht idee. Op de dag dat Sinterklaas
op fantastische wijze na officieel te zijn aangekomen in Kampen in record tijd
alle zichzelf respecterende gemeenten aan weet te doen. Met het
bevrijdingsfestival heeft een gemiddelde Nederlandse band al moeite om op zes
verschillende plekken in het land acte de présence te geven maar een bejaarde
man met stok lukt dat in een handomdraai en is dan nog instaat na een lange
reis nog diezelfde avond alle schoenen der kinderen te vullen. Respect!
Maar goed het was dus een slecht idee om op het moment dat
de sint naar de volgende gemeente af zou reizen even boodschappen te gaan doen.
Alle kinderen geëmotioneerd door de indrukwekkende zwarte pieten en vol energie
omdat zij vanavond weer hun schoen mogen zetten schieten als voetzoekers over
straat met in hun kielzog bezorgde pappa’s en mamma’s met een gezichtsuitdrukking
die een verlangen verklapt om ‘het’ te mogen vertellen. Dan zijn ze tenminste
van deze poppenkast af want het hele zaterdagse schema ligt vandaag overhoop.
Waar men normaal op zaterdag, na een ontbijt bij de IKEA, de winkelstraat, die
ze kennen als hun broekzak, doorsjokken om allerlei onnuttige dingen te kopen
die ook gewoon bij de Appie gekocht kunnen worden. Vervolgens gaat vader in de
middag naar de bouwmarkt alwaar hij de rest van de dag lekker kan klussen aan
de auto, in de tuin of aan het huis. Komt bekend voor hè? En gevaarlijk
dichtbij? Dan had jij waarschijnlijk ook zo’n dag vandaag. Want het begon al
dat de kids voor dag en dauw al voor de tv zaten voor het Sinterklaas journaal.
De voorbeschouwing op de intocht, de feitelijke intocht…het koekhappen,
hinkelen en zingen, en tot slot de nabeschouwing met Sint deskundige en
analyticus P. Iet. Daarna naar het centrum van de stad alwaar door de
plaatselijke middenstand een heuse sint look-a-like is gescout en nogmaals het
hele ritueel weer van vooraf aan meemaken.
De pietenpakjes van de blokker zijn uitermate populair…toch
wel jammer want die zelfgemaakte mutsen van een reepje kartin en crêpepapier
hadden toch ook wel wat schattigs. Maar goed, de ouder van tegenwoordig zwicht
wat sneller blijkbaar voor een jammerend, zeurend en/of vragend kind en
schaffen dus een pietenpakje aan. Inmiddels is de optocht voorbij, de sint en
zijn pieten worden afgeschminkt en zijn weer gewoon de slager om de hoek, de
hockeycoach of de gemeente secretaris. En wat moet je dan…de kinderen stuiteren
al jumpend door de straten al kraaiend de nieuwste hits van coole piet en jump
piet onrecht aan te doen. Wat is er over van de kapoentjes, zie ginds komt de
stoomboot en dank u Sinterklaasje.
In plaats van dat de gezinnetjes zich gewoon begeven
richting huis, IKEA of bouwmarkt heeft men op zaterdagmiddag besloten massaal
naar de Albert Heijn te gaan en boodschappen te gaan doen. In MIJN ALBERT
HEIJN!!!! En ik wil ze daar helemaal niet hebben, ze moeten weg, geen
boodschappen doen. Ik wil gewoon rustig mijn eten voor het weekeinde in kunnen slaan.
Nu moest ik mij een weg banen door stuiterende pietjes, huilende kinderen die
pepernoten wilden hebben en versufte ouders die hard nadachten over wat er
vanavond voor de tv gegeten moest worden tijdens het kijken naar Paul de Leeuw.
Iedereen leek even een moment voor zichzelf te hebben daar in de Albert Heijn.
Maar ik kan je vertellen, op zaterdagmiddag is de Albert Heijn niet echt de uitgelezen
plek om tot jezelf te komen. Er zijn namelijk ook nog mensen die ook bij de
roerbakgroenten willen kijken…of zelfs al weten wat ze willen hebben. Maar als
mensen juist op die plek even in de leegte gaan staan staren is voor mij de
toon al gezet. Ik was pas binnen en het kostte mij enkele minuten om mijn
roerbakgroeten te bemachtigen. Ik wist welke ik wilde hebben en zag het zelfs
al staan maar zelfs ik met mijn lange armen kon er niet bij. Wat volgde wat een
heuse survivaltocht door de Appie waarin in kruipend, sluipend, opzij springend
en een klein beetje duwend mijn mandje vol wist te krijgen met dat wat ik maar
in mijn handen kon krijgen. Het was een hel kan ik je vertellen, ik had nog wel
muesli weten te bemachtigen maar in de hectische taferelen die zich in mijn
Appie afspeelden ben ik prompt vergeten yoghurt te pakken alsmede de complete
maaltijd die ik voor zondag nodig heb. Ik heb het inmiddels al voor volgend
jaar in mijn agenda staan. Als de sint in het land komt vermijd de Albert
Heijn. Ik ga ruim van tevoren hamsteren en zal mijn deur barricaderen want een
dergelijke ervaring kan een mens maar één maal in zijn leven verdragen. Dank u
Sinterklaasje!
Ik zie het gewoon al voor me. Ik heb het al duizend keer
voor me gezien, in dromen, in dagdromen of gewoon tijdens het denken. Hier ben
ik al die jaren bang voor geweest, dit moment heeft ervoor gezorgd dat ik het
telkens voor me uit wist te schuiven. Ik wist het gevoel te onderdrukken maar
ik wist dat er ooit een dag zou komen dat ik toch echt met mijn mond vol tanden
zal staan. Ik heb angsten, ieder mens heeft angsten, gewoon voor heel normale
dingen zoals openslaande portieren als je aan het racefietsen bent, kleine
insecten, muizen en de dood. Maar mijn grootste angst is eigenlijk is vreselijk
onbenulligs in jullie ogen. Daarom vertel ik het ook niet.
Ik heb ook nog niet dat moment meegemaakt maar het gaat
binnenkort gebeuren. Zeer binnenkort. Althans als ik dat wil, mijn angst heb ik
nog zelf onder controle. Ik kan mijn angst ontwijken, onderdrukken tot aan het
einde van mijn leven. Niemand zal er dan ooit achter komen. Feitelijk is het
natuurlijk fantastisch dat ik mijn eigen angst onder controle heb. Dat ik kan
beslissen wanneer ik die angst frontaal op me af laat komen. Stel je voor,
hoogtevrees op de momenten dat het je uitkomt en niemand anders er last van
heeft. Mijn angst heeft ook eigenlijk niemand last van, sterker nog, met mijn
angst heb ik mensen al een paar jaar kunnen vermaken, raken of beroeren.
Ik weet ook precies wat ik moet doen om die angst op te
wekken. Ik heb het al miljoenen keren voorbereid met succes en met grandioos
falen maar nooit voor het echie. Al die keren gingen ook anders en meer dan
eens faliekant mis. Veel gestotter, tranen en zenuwachtig gelach maar verder
heb ik nooit durven gaan. Vreemd eigenlijk, ik, met een alter ego dat woorden
zo gemakkelijk laat vloeien. Zonder enige schroom de vinger op de zere plekken
legt. Met bloemrijke bewoordingen menselijke emoties weet los te maken. Maar
die angst in het vooruitzicht ongeacht de uitkomst doet hem de das om. Tssss,
zelfs die uitkomst is het probleem niet, bevrijdend zal het zijn.Ik durf gewoon niet te springen terwijl ik
weet dat ik driedubbel gezekerd ben, zal worden opgevangen door een dikke mat
en de hoogte ook nog eens te overwinnen is door een flinke stap. Of ik het ga
doen? Of ik die stap durf te maken…geen idee!
Douchen is saai! Zo, dat is eruit. Ow mijn god wat heb ik
een hekel aan douchen. Het is echt de meest saaie bezigheid die er bestaat en
ik verklaar werkelijk waar iedereen die geniet van een douche compleet voor
gek. Ik weet het, het is nodig om een beetje fris te blijven ruiken maar het is
zooooo saai! Nu is het ruiken op zich voor mij geen probleem aangezien mijn
neus toch stuk is. Ja, inderdaad ik kan niet ruiken! Nooit gekund dus ik weet
ook niet wat ik mis. Maar uit sociaal oogpunt en voor mijn eigen gevoel sta ik
toch braaf regelmatig onder de douche. Maar met frisse tegenzin dat wel, in
turbo tijd was ik mijzelf van top tot kleine teen en stap snel weer onder de
douche vandaan.
Ik heb al sinds kinds af aan een bloedhekel aan douchen. Met
geen mogelijkheid was ik onder de douche te krijgen. Met harde hard werd ik
onder de douche gezet en nog belangrijker, gehouden. Nu was nat worden nog het
minste maar water in mijn ogen of nog erger zeep was denk ik, naast eenden, een
van mijn grootste angsten. WASHANDJEEEEEE, WAAAAASHANDJEEEEEEE! Riep ik dat
altijd luid. Een washandje voor mijn ogen maakte het wassen van mijn haar nog
enigszins dragelijk maar een pretje voor mij en ook mijn ouders was het
absoluut niet. Een hond onder de douche zetten of misschien zelfs een kat was
nog makkelijker dan mij onder een douche.
Met een bad had en heb ik absoluut geen probleem. Dat is
lekker. En niet saai. Je kunt lekker muziek luisteren en tegelijkertijd een
boekje lezen. Nou, vergeet lezen maar onder de douche. Een douche is geen
donder aan. Je staat daar in een hokje waar je je kont nog net kunt keren en je
loopt een beetje naar de tegeltjes op de muur te staren. Wellicht als je een
spannend douche gordijn hebt kun je daar nog 20 seconden plezier aan beleven
maar verder is een doucheruimte zo saai. Zelfs in een bezemkast kun je nog meer
vertier vinden als in een douche.
Nu had ik in mijn vorige huis nog het geluk dat er een bad aanwezig was. Maar
in mijn huis wat ik nu heb moet ik het doen met saaie grijze tegeltjes, twee
bakjes voor de shampoo´s etc. en een fraai blauw effen douchegordijn. Mijn
douchebuurt duurt denk ik totaal een minuut of 2 a 3. Of het komt door mijn
jeugd dat ik zo´n hekel heb aan douchen weet ik niet. Een washandje heb ik
inmiddels niet meer nodig. Maar de 15 jaar wedstrijdzwemmen en het eindeloze
douchen daar (hetgeen wel gezellig is want je ziet geen douchegordijnen) heeft
het plezier van het douchen ook aardig doorgeslagen. Daarnaast wellicht de
enige lichte vorm van claustrofobie die een rol speelt. Maar dat alles
weggenomen is douchen gewoon vreselijk saai. En ik kan er gewoon niet bij dat
mensen kunnen genieten van een douche. Wat doe je in godsnaam 10 a 15 minuten
onder de douche? Tel je de tegeltjes ? Bereken je de oppervlakte van je
doucheruimte, of de inhoud? Maak je tekeningetjes in de condens op de muur. Ik
snap het echt niet hoe mensen zich zo lange tijd kunnen vermaken in de douche
en er dan compleet gelukkig weer onder vandaan kunnen komen. Als dat je al
gelukkig maakt hoe ongelukkig leven heb je dan wel niet,wil een kwartier lang
opgesloten staan tussen tegels en een lapje plastic? Nee, ik weet wel….als ik
later groot ben en genoeg geld heb verdient om mijn eigen badkamer te kunne
kiezen geen douche voor mij….tenzij ik er een tv kan laten installeren ofzo, of
een spelcomputer. Maar goed tot dan toe beperk ik mij lekker tot turbodouchen
en draag ik bij aan waterbesparing….toch het goud van deze eeuw hѐ!
Wouw, dat was even confronterend. Niet dat het mij expliciet
werd gevraagd maar et kwam wel erop neer. Ben jij, watersteef, trots op jezelf?
En ik werd er stil van. Even moest ik diep in de diepe diepten van mijn diepste
ikken kijken maar het antwoord deed mij wel even schrikken. Ik moet eerlijk
bekennen dat ik niet trots ben op mijzelf. Begrijp me niet verkeerd, ik haat
mijzelf niet en zit ook niet in een diepe depressieve put. Ik bedoel dat ik
redelijk tevreden ben over mijzelf maar dat ligt nog aardig verwijderd van
trots zijn. Ligt hier een verbeterpunt voor mij, ben ik te bescheiden of heb ik
gewoon een afwijkende perceptie van het begrip trots? Een innerlijke speurtocht
op schrift gesteld.
Ik heb het een tijdje niet gedaan en helaas wordt deze zin
vrij vaak gebruikt maar ‘for the sake of clarity’ is het essentieel dat ik het
woordenboek er even bijhaal. Vrijwel direct krijg ik het gevoel dat ik al een
antwoord heb op het geschil. Ik heb klaarblijkelijk een andere perceptie op het
gebied van trots. Trots kan zijn; vervuldheid
van en het doen blijken van het (al of niet gerechtvaardigde) gevoel dat men
meer is dan anderen. Maar ook een groot
gevoel van eigenwaarde of anders gezegd; het sterke zelfgevoel, de fierheid die het volbrengen van iets groots
of het bezit van iets kostelijks of van een bepaalde situatie geeft, of die van
een ander waarbij men zich betrokken voelt.
Bij de eerste definitie geeft een negatieve inslag van het
begrip trots weer. Je voelt je beter dan anderen, en dat gevoel heb ik niet. Nu
wil ik niet kotserig overkomen door te beweren dat we allemaal even goed zijn
maar ieder op zijn eigen terrein. Nou, ja eigenlijk wil ik dat wel zeggen. Ik
ben niet trots dat ik beter ben dan iemand anders. Als ik (vroeger) won, was ik
wel trots, trots op het feit dat ik boven mijzelf uit was gestegen, dat ik
sneller was dan dat ik ooit was geweest. Maar eigenlijk heb ik nooit een
overheersend gevoel gehad van lekker pûh ik ben beter dan jullie nèh nèh nèh!
Waarom eigenlijk niet? Is dat niet gewoon een heel gezonde reactie? En het
gevoel van trots wat ik omschrijf komt dat niet overeen met de andere definitie
van trots, een groot gevoel hebben van eigenwaarde? Ik denk van wel maar dat
gaat niet ten koste van anderen? Dus feitelijk zou ik wel trots kunnen zijn op
mezelf, maar heb ik reden om trots te zijn op mijzelf?
Mag ik trots zijn op mijzelf? Of misschien moet ik wel trots
zijn op mijzelf. Wellicht is het gemakkelijker als ik de vraag omdraai. Zijn er
redenen waarom ik niet trots zou moeten zijn op mijzelf? Ik kan het zo even
snel niet bedenken eigenlijk. Iedereen heeft natuurlijk zijn ‘ups’ en ‘downs’,
zijn ‘pros’ en ‘cons’ maar deze zouden geen invloed moeten hebben op de mate
van trots. Wat wellicht wel meespeelt, is mijn drang naar continue verbetering.
Nadat ik na een zwemrace het water uit kwam wist ik precies wat er goed en fout
ging en met name wat er fout ging. De dingen die goed waren gegaan had ik wel
geconstateerd maar daar schonk ik geen aandacht aan want daar ga je niet harder
van zwemmen. Punten die niet goed gaan dienen te worden verbeterd om verder te
kunnen komen. Zou het dan zo zijn dat mijn competitieve aard mijn eventuele trots
overschaduwd? Om hierop antwoord te krijgen denk ik wel eerst te moeten weten
waarvan trots afhangt.
Welke factoren spelen mee in het bepalen van de mate van
trots? Bepaal jij zelf of je trots bent op jezelf of ben je hiervoor
afhankelijk van input van anderen? Ik weet niet of dit laatste meespeelt maar
ik vrees dat het wel degelijk het geval is. Als je het vanaf het andere oogpunt
bekijkt, je bent zelf erg trots op je eigen presteren en voelt je dus goed maar
door je omgeving wordt hier niet of negatief op gereageerd dan zul je als mens,
als sociaal dier, je beeld over jezelf toch echt wel aanpassen. Het hoeft
natuurlijk niet want je kunt dermate eigenwijs zijn dat je je hier niets van
aantrekt maar dat gaat dan waarschijnlijk voorbij aan eigenwijsheid en meer
richting koppig en brutaal. Brutalen hebben de halve wereld zegt men wel dus
als je maar brutaal en koppig genoeg bent zul je een heel eind komen met je
eigen trots. Echter zal de andere helft van de wereld je absoluut niet moeten.
Brutalen vallen waarschijnlijk onder de definitie van trots waarin zij zichzelf
als meerdere zien dan anderen. Enige vorm van eigenwijsheid lijkt echter wel
noodzakelijk om trots te kunnen zijn maar kijkende naar de andere definitie van
trots, het grote gevoel van eigenwaarde komt toch neer op het individu. Je
vindt zelf dat je trots kunt zijn op jezelf. Een steuntje in de rug hierbij kan
natuurlijk de bevestiging van anderen zijn. Maar wat doe je dan met negatieve
aantijgingen betreffende jouw trots? En daar ligt denk ik de sleutel. Als je in
staat bent die negatieve aantijging op te pakken en mee te nemen voor verbetering
pas dan kom je tot trots. Zoals ik eerder al had genoemd, als je dus jezelf
verbeterd tot een beter mens dan dat je hiervoor was dan mag je trots zijn. Zo
zit het dus in elkaar blijkbaar. Stiekem maak ik een sprongetje op mijn
bureaustoel maar in een kamer vol collega’s moet ik dit succes niet al te
uitgebreid gaan vieren natuurlijk. En tevens wordt dit gevoel van euforie de
kop ingedrukt door de vraag waarmee ik eigenlijk begon. Waarom ben ik niet
trots op mijzelf? Ik zie met de kennis die ik nu heb geen reden om niet trots
te moeten zijn op mijzelf. Ik doe niets anders dan proberen mijzelf continue te
verbeteren dus heb ik alle reden om trots te zijn op mijzelf! Bevestiging
graag!