Vreemd toch eigenlijk, dat je door simpelweg op iemand af te
stappen een bijzondere relatie krijgt met elkaar. Je weet iets van iemand dat
geen enkel ander persoon weet en ondanks dat je zo weinig van diegene weet is
er iets speciaals. Zelfs zo speciaal dat ik afgelopen week haar weer heb
ontmoet, zoals afgesproken ergens binnen.
Hoe onwetend we toen waren bij het nemen van dat besluit hoe gelukkig
wij ons nu prijzen. Beiden zitten we in een café na te druppelen van wat bleek
iets meer te zijn dan een nazomerbui. We lijken wel gek proest ze uit terwijl
ze haar natte jas en over de verwarming hangt. Nog geen twee maanden terug
wisten we niet van elkaar bestaan af en nu zijn we allebei door de regen naar
een café gekomen waarvan ik het bestaan niet eens afwist…..hoe hij heet? Geen
idee, jullie weten hoe slecht ik in namen ben! Maar de instructies van Amie waren
kraakhelder, zij komt hier vaker legde ze me uit. Het is een café waar je
alleen naar binnen gaat als je iets wilt afspreekt met iemand of wanneer het heel
hard regent…niemand stapt zomaar dit café binnen want van buitenaf ziet het
eruit als, tsja niet echt zuivere koek. Maar eenmaal binnen voel je je direct
thuis voor zover je je in een café thuis kunt voelen. Laat ik het zo zeggen,
het voldoet aan de stereotype van een heus Hollands café. Oud bruin meubilair
met van die stoelen met 5 spijlen en zo’n half gebogen bovenkant…je weet wel
een echte café stoel. Over de tafels rode kleedjes die wel gewassen zijn maar
waar de vlekken ingebakken zitten alsmede de brandgaten. Aan de muur hangen
allemaal oude platen, prenten van biermerken en schepen….je zit niet voor niets
valkbij de kust. De bar is lang en leeg behalve dan die twee stakkers die
lijken te wonen op hun kruk en een uur of twee doen over 1 biertje.
En wij zitten daar, tegenover elkaar, naar buiten te kijken
hetgeen een vrij nutteloze bezigheid is aangezien de ramen zijn beslagen. We
zoeken een begin.
‘Je wilde je verhaal kwijt zei je de vorige keer’ zei ik roerend in mijn warme
chocolademelk. ‘Waarom wil je het kwijt, en waarom aan mij?’.
Ze wist dondersgoed dat ze deze vraag kon verwachten maar toch leek ze ervan te
schrikken dat ik er direct over begon. Ze leek het liever te hebben uitgesteld
maar goed zij leek ook te beseffen dat ze hier even doorheen moest. Je kunt
natuurlijk niet elke keer over koetjes en kalfjes blijven praten.
‘Eigenlijk is het heel simpel, ’ begon ze, ‘ik ken je niet zo goed, ik wil mijn
verhaal kwijt bij jou omdat jij er fris tegenaan kijkt. Ik kan wel naar mijn
ouders gaan, of mijn broers of vrienden, maar zijn hebben al een beeld van mij.
Zij denken te weten wie ik ben, zij refereren alles aan hoe zij tegen mij
aankijken.’
‘En dat beeld klopt niet maak ik hieruit op?’ vraag ik.
‘Ik heb inderdaad dat gevoel ja. Het is toch eigenlijk raar dat je je nergens
echt jezelf bent behalve als je alleen bent? Als ik met vriendinnen samen ben,
ben ik heel anders dan wanneer ik college heb. Maar zelfs in een omgeving waar
ik niemand ken gedraag ik mij niet als
mijzelf, dat is toch vreemd?’
Ze kijkt me aan alsof ik wel ja moet zeggen.
‘Nou, ik weet niet of ik het daar wel mee eens ben. Ik geloof dat je zelf, in
beginsel, altijd jezelf bent.’
Ze kijkt me niet begrijpend aan.
‘Daarmee bedoel ik dat je altijd een paar basis eigenschappen altijd hebt en
uitdraagt maar dat je vanuit sociale overwegingen de ene eigenschap meer de
vrijheid geeft en de ander wellicht wat inperkt.’
Een lange stilte volgde waarin zowel zij als ik nadachten over wat ik zojuist
had gezegd. We keken allebei weer naar buiten en ik ontwaarde door de condens
heen een man met zo’n prikker die in de stromende regen de vuilnis opprikte en
in zijn vuilniszak stopte.
Nadat ik de bodem van mijn choco had bereikt en tot de
conclusie kwam dat ik in de resten cacao geen toekomst zag zei ik.
‘Dit moet je niet weerhouden van het vertellen van je verhaal hoor, maar ik
denk dat ik het zelf prettiger vind als een soort sparringpartner te fungeren.
Luisteren vind ik echt geen probleem, maar een monoloog aanhoren gaat op den
duur vervelen en ik wil wel dat je je hele verhaal verteld.’
Ze glimlachte en draaide haar ogen schuin naar boven zoekend naar het begin van
haar verhaal. Ondertussen nam ik van de gelegenheid gebruik haar eens goed in
mij op te nemen. Zodra zij zou beginnen met vertellen moest ik wel mijn
aandacht erbij houden en zou ik het verkeerde signaal afgeven natuurlijk.
Amie is even oud als ik, maar ze studeert nog wel, iets met rechten had ze
gezegd maar ze had geen zin om daar al teveel over uit te wijden. Als ik het
echt wilde weten moest ik maar een brochure opvragen bij de universiteit, had
ze me in een semi- lappe lach verteld. Ze is niet heel erg klein ofzo, zo rond
de 1 meter 80 en slank. In tegenstelling tot vele van haar medestudenten heeft
zij geen exponentiële groei van haar achterwerk ervaren. Ze heeft donker blond
haar met krullen. Niet van die kleine krullen maar gewoon gemiddelde krullen,
tsja weet ik veel hoe je dat omschrijft. Haar ogen zijn blauw, heel erg helder
aan de buitenkant maar ietwat grijzig meer naar binnen. Ook haar kleding was
gewoon normaal, ze was niet van de Gucci en Prada maar gewoon netjes en
verzorgd. Eigenlijk zou je haar gewoon voorbij lopen als je haar zou zien
zitten, maar op die ene zonnige dag op de dijk dat ze zat te huilen viel ze op
en daardoor zitten wij hier.
Opmerkelijk toch eigenlijk dat mensen je niet
eens opvallen totdat je ‘gedwongen’ met
hen in aanraking komt. Volgensmij zijn deze mensen veel interessanter dan de
ultra slanke en knappe vrouwen die door elke man wordt nagestaard. Volgensmij
hebben die mensen niet zoveel te vertellen. Dat is ook niet helemaal waar, een
succesvolle zakenman heeft wellicht wel iets te vertellen maar het verschil is
dat deze persoon die mogelijk zelf wel creëert om zijn boodschap te
verkondingen. Amie is niet opvallend, ze is gewoon, gemiddeld maar heeft wel
iets te vertellen. Lees daarom binnenkort het vervolg van onze ontmoeting.