We hebben ons rot gelachen! Ze was niet eens boos. Daar had
ze alle reden toe gehad aangezien ik een verhaal over haar had geschreven
zonder dat ze er vanaf wist. Ze wist niet eens dat ik een site, een alter-ego
en een andere naam voor haar had bedacht. Ze leek het eerst allemaal niet echt
te snappen en trok een blik alsof ze een obesitas patiënt in bikini zag
paaldansen. Maar toen ik het idee achter alles vertelde vond ze het helemaal
geweldig!
Daar zaten we weer, op datzelfde bankje zoals we daar een
halve maand terug ook zaten. Ze bekende dat na onze ontmoeting elke zaterdag
over de dijk is gefietst om te kijken of ik er was. Maar ik had verplichtingen
elders maar zodra ik de mogelijkheid had zou ik weer komen en dat was dus vandaag.
En toen ik aan kwam rijden was ze er al, ze stond te kijken over het water en
verder. De dijk is lang dus we zagen elkaar al vrij snel, we zwaaiden en het
duurde nog een minuut tot ik daadwerkelijk bij het desbetreffende bankje was. En
toen kwam er zo’n apart moment, want hoe begroet je iemand die je pas 1 keer
eerder hebt ontmoet maar waar je wel een diepgaand gesprek mee hebt gevoerd?
Gelukkig was zij daar iets sneller over uit en met haar armen gespreid liep ze
op me af, een korte omhelzing dus.
Zoals ik eerder al zei vertelde ik haar dus dat ik over onze
vorige ontmoeting een verhaal had geschreven en dit verhaal had heel wat
losgemaakt bij mijn lezers. Mailtjes, sms’jes en telefoontjes stroomden binnen
(geen geintje!) iedereen wilde weten wie Amie was of Maaike of hoe ze ook
heette…..dat meisje van dat verhaal. Was het echt gebeurd? Hoe was het? Hoe zag
ze eruit? Waarom ben je op haar afgestapt….ik was een heleboel uitleg
verschuldigd aan iedereen bleek…een nieuwe ontmoeting kon niet uitblijven maar
voor ik alles over Amie zou kunnen opschrijven wilde ik het haar eerst vragen
wat zij ervan vond. Ze vond het schattig dat zelfs mijn moeder mij opbelde en
onder de noemer ‘je moet me wel op de hoogte houden hè!’ probeerde los te
peuteren of dit wellicht de vlam was waar ik naar opzoek was. De eerste week na
publicatie van het verhaal was de openingszin van een MSN conversatie niet
‘Hoi/Hey/Hallo, hoe is het’ maar ‘Wie is Amie/Maaike?’ . Maar ik moest iedereen
teleurstellen, ten eerste omdat die ontmoeting toen zo bijzonder was dat het
haast onmogelijk is te beschrijven en
ten tweede rook ik handel, iedereen wil weten hoe dit nou verder gaat, hoe dit
afloopt, of dit ooit afloopt? En tot aan vanmiddag had ik eenzelfde gevoel. Nou
ja, eigenlijk heb ik dat gevoel nog steeds.
Het was een prachtige middag om te fietsen, een lekker
briesje, niet bloedheet, gewoon lekker nazomer weer terwijl we net met 1 been
in september staan. Ik vroeg Amie hoe het met haar was aangezien ze vorige keer
erg emotioneel was. Ze vertelde dat toen ze de vorige keer terug fietste zich
opgelucht voelde maar stiekem was er ook een soort leegte. Ze voelde zich soms
best wel alleen, ze had iemand nodig om haar verhaal bij te kunnen doen. Ze voegde
er lachend aan toe, niet iedereen zoals jij, zoals W.F. Hermans ooit zei: ‘Een
schrijver is zijn eigen psychiater’. ‘Ik moet mij verhaal kwijt.’ zei ze licht
wanhopig. Een stilte viel, al kun je van een stilte nauwelijks spreken op een
dijk vol in de wind, krijsende meeuwen en een snelweg op gehoorsafstand. Ik keek
naar de snelweg en zei: ‘Waar wil je beginnen?’
Verschrikte keek ze op alsof ze dit totaal niet had verwacht. Ik zei tegen
haar: Kom op zeg, je hebt de vorige keer tegen een wildvreemde iets wat heel
diep weggestopt zat blootgegeven, die wildvreemde is wel wat gewend inmiddels.’
Een ernstige blik verscheen en ze zuchtte diep: ‘Maar ga jij dit ook
opschrijven dan?’
‘Misschien,’ zei ik tegen haar, ‘als het spannend, sappig of
grappig is wel.’ Ondersteund door mijn welbekende sarcastische glimlach.
‘Maar dan wil ik eerst meer over jou weten,’ zei ze vastberaden. ‘Misschien
schrijf ik dat ook wel op.’
We moesten beiden hard lachen en wat volgde was een twee uur durend gesprek
over koetjes en kalfjes, ik verteld over mijn leven en zij over die van haar.
Over haar familie, over haar studie, over haar dromen en over haar huisgenote
met d’r nachtelijke toiletritueel. Totdat ze een sms’je kreeg, zo’n
karakteristiek Nokia plingeltje. Ze moest er vandoor, wat er aan de hand was
zei ze niet. Ze wilde nog wel mijn website adres weten en wanneer we weer af
zouden spreken. Althans, als ik dat wilde. En of ik dat wilde! Zulke goede
gesprekken heb ik in tijden niet gehad maar dan wel ergens binnen want die
zomer komt toch niet meer en op zo’n houten bankje in de volle wind is ook geen
pretje. En net als de vorige keer reed zei de ene kant op en ik wederom terug
naar huis. Tot volgende keer Amie….eeeh Maaike!