Vandaag ben ik eindelijk
weer eens in het zwembad geweest. Nee, niet om zelf te zwemmen, maar om weer
eens mijn gezicht te laten zien en bij te kletsen met mensen waar ik jarenlang
het leed (of jolijt) dat topsport heet heb gedeeld. Om hen aan te moedigen, te
feliciteren met hun prestaties, tips te geven of een hart onder de riem te
steken.
En mijn god, ik heb
eigenlijk niets gezien van die wedstrijd, honderdduizend keer heb ik uit moeten
leggen dat ik geen spijt heb van mijn beslissing om te stoppen en dat de studie
goed gaat. Maar ach, zo erg is dat ook niet want zoals eigenlijk elk mens vind
ook ik het leuk om over mijzelf te praten. Maar daar gaat eigenlijk dit verhaal
niet over, het begint wanneer ik op de terugweg het nummer ‘Regen’ van Ernst van der Pasch opzet. En
ook dit nummer is niet de aanleiding van dit verhaal . Maar op een moment van; what alcoholics refer to as a moment of
clarity (pulp fiction) weet je ook direct de plek en activiteit waar je mee
bezig was. Dus de situatie is geschetst nu naar de kern van het verhaal. Want
wat gebeurde er nu eigenlijk?
Ik droomde weg! Ik was
gewoon op de fiets aan het dagdromen. Waar die droom met open ogen en fysieke
beweging over ging laat ik even buiten beschouwing want het is niet relevant.
Maar ik schrok eigenlijk van mijzelf, want ik dagdroom wel vaker. En als een heuse
persoon van deze tijd tik ik ‘dagdromen’ in op Google en ga eens lezen.
Maar dagdromen is
gelukkig iets heel normaals. En daar viel al een hele last van mijn schouders
want tijdens de rest van de fietsrit zat ik toch wel even in de rats. Dagdroom
ik echt zoveel? Ben ik echt zo fantasierijk? Ben ik zo’n zweverige, afwezige
jongen? En zo ja, is dat slecht?
Maar dagdromen is iets
heel normaals, het is volgens de officiele terminologie een mijmering dat
tussen denken en dromen inzit. En nu ben ik een echte fan van denken, ik doe
het altijd en heel veel (soms te veel naar mijn idee) maar het heeft me wel
gemaakt tot wie ik ben en vormt mijn meningen en inzichten die ik heb. Dromen ben
ik iets minder fan van, naar mijn idee is het iets oncontroleerbaar en als toch
een klein beetje control freak kan ik daar een beetje moeilijk mee omgaan.
Gedachten kun je sturen, dromen niet!
Onderzoekers zeggen dat
je onderbewuste, iets waarvan ik sterk in geloof (lees ‘Over liefde,vriendschap
en de dood’
, een continue werkend iets is. En wanneer je even niet helemaal geconcentreerd
en gefocused bent dan komen die beelden naar boven. Beelden en/of gedachten
komen uit het onbewuste naar het bewuste, feitelijk hetzelfde als nachtdromen.
Nu zijn er twee soorten
dagdromen naar blijkt; innerlijke monologen en uitgewerkte fantasieën.
Om maar met de eerste te
beginnen, de innerlijke monologen. Stemmen in je hoofd dus eigenlijk hahaha, al
heb ik daar laatst over gelezen dat dat helemaal niet vreemd is. Maar
innerlijke monologen zijn woordenstromen van associaties en commentaren op
dingen. En het grappige is dat ik het daar laatst met Rumoer en Ikbenhetismij
over had. Niet alleen hoor ik mijn eigen associaties en commentaren, maar ook
die van anderen. Mijn moeder komt daar ook vaak in voor. Mijn moeder, vroeger
huisvrouw en hoofd opvoeding, inmiddels full-time carriere ondersteuner, heeft
mij natuurlijk veel geleerd. Dus als ik naar buiten ga begin ik al te
‘dagdromen’ en hoor mijn moeder zeggen: ‘Doe je wel je jas goed dicht?’ Of ‘Doe
je niet teveel hagelslag op je brood? Verdeel dat maar over twee boterhammen!’
Nu zijn dit natuurlijk grappige en voor iedereen herkenbare quotes die bijna
elke moeder wel eens heeft gezegd maar het zijn voorbeelden van dingen die je
iemand anders hoort zeggen en nog steeds in je systeem zitten. Bijzonder toch
wel.
De tweede soort dagdroom,
uitgewerkte fantasieen. Verschijnen spontaan naar het blijkt en zijn ook weer
associaties met dingen uit het verleden of wellicht gericht naar de toekomst. Ach
ja, deze he ik ook wel eens last van. Vooral als ik muziek hoor (en ook daar he
ik al eens een verhaal over geschreven: ‘Lemon tree’
dan gaan bij mij de gedachten al rollen. Het ene nummer doen me denken aan een
tv-programma, de ander weer aan zeilkamp of aan romantische momenten of
vervelende momenten. Noem het maar op maar als ik de eerste tonen hoor zit ik
in gedachten alweer voor de tv of in een zeilboot.
Freud noemt dagdromen ‘a
trail action’. Mensen bekijken doormiddel van dagdromen verschillende
alternatieven. Het is dus een vorm van een besluitvormingsproces. En daarmee
dus ook het nut van dagdromen bepaald. Het kan je helpen bij het voorbereiden
op dat wat komen gaat of ergens de humor van inzien of wellicht een vorm van
zelfbemoediging. Het is een vorm van gereedschap, helaas kan het ook een vorm
van vluchten zijn of het kan ook ontevredenheid over mijzelf manifesteren. En
die laatste twee zijn helaas ook enigszins waar. Het is zo gemakkelijk om
lekker te dagdromen over datgene wat je niet hebt, of niet durft te doen (lees:
‘Confessions of a shy boy’).
En dat manifesteert zich weer in ontevredenheid over mijzelf dat ik niet durf
te doen wat ik graag zou willen doen.
Maar goed, dagdromen is
gelukkig niet verkeerd en ik blijf het ook gewoon lekker doen!